Gezondheidsrisico’s erotische artikelen met ftalaten beperkt

0
1261

Vibrators en dildo’s die als weekmakers ftalaten of nonylfenol bevatten, zijn alleen een gezondheidsrisico bij gebruik gedurende meer dan 10 uur per week. Dat concludeert het bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) op basis van een risicobeoordeling van deze producten.

Ftalaten kunnen nierschade veroorzaken. Deze stoffen zijn echter niet verboden in erotische artikelen. Vanwege de grote markt voor deze artikelen heeft de nVWA uit voorzorg onderzoek gedaan naar de veiligheid van erotische artikelen.

Het onderzoek
De nVWA heeft 36 vibrators en dildo’s onderzocht die bestonden uit weekgemaakt PVC. De meest toegepaste weekmakers waren de ftalaten DEHP, DINP, en DIDP. Ook werd de weekmaker nonylfenol aangetroffen. Uit laboratoriumonderzoek bleek dat kleine hoeveelheden van deze stoffen vrijkomen. Het is te verwachten dat deze stoffen ook tijdens het gebruik vrijkomen en in het lichaam worden opgenomen. BuRO heeft de hiermee samenhangende risico’s voor de gezondheid beoordeeld.

Bij intensief gebruik blootstelling te hoog
Bij gebruik langer dan 10 uur per week is de blootstelling aan ftalaten te hoog. Hetzelfde geldt voor de stof nonylfenol. Schadelijke gezondheidseffecten van deze stoffen zijn daarom bij intensief gebruik niet uit te sluiten. Voor andere weekmakers is de verwachte blootstelling ook bij langdurig gebruik voldoende laag en veilig.

Advies
Consumenten kunnen de aanwezigheid van ftalaten niet zelf vaststellen. Daarom adviseert BuRO de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om producenten:

– te verplichten te vermelden waarvan de artikelen zijn gemaakt, zodat de consument kan kiezen voor producten zonder ftalaten en
– te stimuleren op de verpakking van glijmiddelen te vermelden of deze oliehoudend zijn, omdat olie de afgifte van ftalaten bevordert.

Verder adviseert BuRO een wettelijke migratielimiet vast te stellen, zodat ook bij intensief gebruik de afgifte van weekmakers beperkt blijft.

Het bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering van de nVWA oordeelt en adviseert wetenschappelijk onderbouwd over mogelijke bedreigingen van de voedsel- en productveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn. De onafhankelijke uitoefening van deze opdracht is geregeld in de Wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit die in 2006 door het parlement is aangenomen. Adviezen in het kader van de wet worden uitgebracht aan de ministers van de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).