Gezondheidsinitiatieven zijn soms strijdig

0
638

De coördinatie van de Nederlandse inbreng in het Europese gezondheidsonderzoek is voor verbetering vatbaar. Overheid en gezondheidsveld trekken nu in hun belangenbehartiging niet altijd één lijn, waardoor hun initiatieven soms strijdig zijn of elkaar beconcurreren. Dat stelt de Gezondheidsraad in zijn advies Blik op Brussel dat de raad aanbiedt aan de staatssecretaris van OCW en de ministers van VWS en EZ.

De Gezondheidsraad schetst in het advies hoe de coördinatiestructuur eruit zou moeten zien, wil de Nederlandse gezondheidsonderzoekssector zich efficiënt en duurzaam positioneren in Brussel. Dat is nodig om te kunnen bijdragen aan de Europese onderzoeks- en innovatieagenda, maar ook om volop te blijven deelnemen aan het gezondheidsonderzoek in Europees verband.

In het huidige kaderprogramma voor Europees onderzoek heeft Nederland goed gepresteerd. Inmiddels bestaan er naast het kaderprogramma veel andere initiatieven, waardoor het Europese onderzoekslandschap onoverzichtelijker is geworden. Zo is meer nadruk komen te liggen op de coördinatie van gezamenlijke programmeringsinitiatieven van diverse lidstaten, op stimuleren van publiekprivate samenwerking, op financiering van onderzoek dat bijdraagt aan de oplossing van maatschappelijke uitdagingen en op valorisatie (vermarkten van onderzoekskennis). Het is van belang dat de Nederlandse inbreng goed op deze ontwikkelingen aansluit.

Zowel vanuit de overheid als vanuit het veld vindt belangenbehartiging plaats in Brussel. Nu lopen die initiatieven niet altijd parallel. Er is een klankbordgroep die de belangen van het veld onder de aandacht van de overheid moet brengen, maar die werkt onvoldoende. Daardoor ondernemen veldpartijen regelmatig op eigen houtje initiatieven richting Brussel. Daarbij komt het voor dat de prioriteiten van overheid en veld niet op elkaar aansluiten of dat veldpartijen elkaar beconcurreren om een project binnen te halen.

De Gezondheidsraad adviseert een nieuwe klankbordgroep in te stellen die het beleid van de Nederlandse overheid en de belangen van de veldpartijen in het gezondheidsonderzoek op een lijn brengt en een gemeenschappelijke visie ontwikkelt. Op die manier kan Nederland met een mond spreken in Brussel, wat tot een effectievere bijdrage leidt. De klankbordgroep moet het collectieve belang van het veld vertegenwoordigen, zodat de ministeries dit kunnen meenemen in het formele overleg over de Europese onderzoeks- en innovatieagenda. Omgekeerd horen de gezondheidsonderzoekers via de klankbordgroep wat er speelt in Europa en welke nieuwe programma’s of initiatieven beschikbaar komen voor inschrijving. De klankbordgroep moet nauw samenwerken met de onlangs ingestelde Taskforce European connection die de Nederlandse topsector Life Sciences & Health moet positioneren in Brussel.

Verder doet de Gezondheidsraad aanbevelingen om de deelname van Nederlandse gezondheidsonderzoekers aan Europese initiatieven beter te ondersteunen. Zo zou er een fonds moeten komen waaruit onderzoekers die een Europese subsidie hebben verworven kunnen putten om aan hun matchingsverplichtingen te voldoen. Vaak is een van de subsidievoorwaarden dat onderzoekers een deel van de kosten voor eigen rekening nemen, en nu de onderzoeksfinanciering onder druk staat, lukt dat niet altijd.