Geneesmiddelenconsumptie Nederland onder het gemiddelde

0
1128

Het bedrag dat een Nederlander jaarlijks gemiddeld aan geneesmiddelen uitgeeft, is in 2009 gestegen tot € 341. Dit bedrag ligt 15% onder het West–Europees gemiddelde (€ 402). Het aandeel dat de Nederlandse geneesmiddeluitgaven uitmaken van de totale zorgkosten is wederom afgenomen en bedroeg 9,7%.

In onze buurlanden ligt de geneesmiddelenconsumptie 19 tot 67% hoger. In België is in 2009 gemiddeld € 406 per hoofd van de bevolking besteed aan geneesmiddelen, in Duitsland € 473. In Frankrijk bedroegen de uitgaven € 570 per hoofd.

De geneesmiddelbestedingen in Nederland zijn van een vergelijkbaar laag niveau als die in de van oudsher zuinige Zuid-Europese landen. Engeland heeft de laagste uitgaven per hoofd van de bevolking, echter dit is exclusief dure geneesmiddelen.

Extremen
Het land dat gemiddeld het meeste geld uitgeeft aan geneesmiddelen, is Zwitserland. Daar gaf de doorsnee inwoner € 611 uit aan medicijnen. Aan de andere kant van het uitgavenspectrum ligt Engeland. Bij gebrek aan actuele gegevens over heel Groot–Brittannië kan de SFK alleen rapporteren over Engeland, waar de uitgaven per hoofd van de bevolking in 2009 zijn uitgekomen op € 209. Net als vorig jaar is Engeland met deze relatief lage uitgaven per hoofd hekkensluiter binnen de West–Europese landen. Een belangrijke factor hierbij is dat dure geneesmiddelen in dat land zijn voorbehouden aan ziekenhuizen en deze uitgaven dus buiten de extramurale scope vallen. Bij de gemiddelde kosten per Nederlander zijn wél de kosten inbegrepen die zijn gemoeid met de levering van dure geneesmiddelen (gemiddeld € 65 per persoon in 2009). Van dure geneesmiddelen bedragen de kosten per voorschrift meer dan € 500. Deze middelen worden in ons land vaak via geselecteerde apotheken op de markt gebracht.

In vergelijking met het van oudsher zuinige Denemarken liggen de uitgaven per hoofd van de bevolking in ons land zo’n 30% hoger. De Zuid–Europese landen hebben traditiegetrouw eveneens lage geneesmiddeluitgaven per inwoner. Nederland bevond zich in 2009 boven het niveau van Italië (€ 327), maar was goedkoper dan Portugal (€ 346) en Spanje (€ 357).

Aandeel in zorgkosten afgenomen
Als de uitgaven aan farmaceutische hulp worden gerelateerd aan de totale kosten van de gezondheidszorg, neemt Nederland traditiegetrouw een bescheiden positie in te midden van de West–Europese landen. In 2009 had 9,7% van de totale zorgkosten in Nederland betrekking op geneesmiddeluitgaven (pakket en nietpakket) via apotheekhoudenden, 0,1% minder dan in 2008. Dit terwijl de uitgaven aan dure middelen destijds stegen met 16%. Opvallend is dat Zwitserland, dat per inwoner het meeste geld aan geneesmiddelen uitgeeft, hiermee naar verhouding een laag aandeel in de totale zorgkosten heeft. Met 9,6% ligt het aandeel geneesmiddelkosten binnen de totale kosten aan gezondheidszorg in Zwitserland net wat lager dan in Nederland. In het algemeen is het aandeel van de uitgaven aan farmaceutische hulp groter naarmate het land zuidelijker ligt, waarbij Finland een uitzondering vormt.

Verklaringen
De verschillen in geneesmiddelenconsumptie zijn deels verklaarbaar door de vergrijzing. In Nederland is 15,3% van de bevolking 65 jaar en ouder. In Frankrijk, België en Duitsland ligt het aandeel 65–plussers met respectievelijk 16,6%, 17,2% en 20,5% een stuk hoger. Een persoon van 65 jaar of ouder gebruikt in ons land driemaal zo veel geneesmiddelen als gemiddeld. Een andere reden voor de relatief lage uitgaven in ons land is het gebruik van generieke geneesmiddelen. De Nederlandse apotheken leveren inmiddels in 61% van de gevallen een generiek middel. Dit is vergelijkbaar met landen als Duitsland en Groot–Brittannië. In de meeste andere landen, waaronder België, Frankrijk, Spanje en Italië ligt dit aandeel in de range van 10 tot 25%. De belangrijkste verklaringen voor de relatief lage geneesmiddeluitgaven in ons land zijn enerzijds een terughoudend voorschrijfbeleid en slikgedrag, typerend voor de Nederlandse situatie, en anderzijds de invloed van de prijsverlagingen in het kader van het preferentiebeleid.