Geestelijke gezondheidszorg is creatief om dwang te reduceren

0
644

Er bestaat een overweldigend aanbod van nieuwe werkwijzen om dwang te reduceren bij psychiatrische patiënten die buiten zinnen zijn geraakt. Bij het opleggen van dwang is te denken aan het plaatsen van patiënten in separeerruimten, aan vrijheidbeperkende maatregelen met tuigjes en riemen (heel lang geleden: de dwangbuis) en aan dwangbehandeling met rustig makende pillen.

Ik noem drie van de vele nieuwe werkwijzen:
1. beoordeling (en niet meteen ingrijpen) door professionals gedurende de eerste vijf minuten van het contact met een agressieve patiënt
2. verandering in de fysieke omgeving met bijvoorbeeld goed toezicht op patiënten vanuit open verpleegposten
3. het inrichten van comfortrooms, prettige ingerichte kamers waar patiënten kunnen bedaren.

De nieuwe werkwijzen staan beschreven in een rapport van het VUmc en GGz Nederland, dat in december 2011 uitkwam. Ik kreeg het rapport tijdens een vergadering van de Stuurgroep die de continuïteit van geestelijke gezondheidszorg in gevangenissen wil verbeteren. Die kwam op woensdag 25 januari 2012 bijeen. Ik ben daar lid van.

De nieuwe werkwijzen kwamen tot ontwikkeling dankzij de NZA-beleidsregel Dwang en Drang, die een financiële prikkel oplevert om te innoveren. Rapport-auteur en VU medewerker Yolanda Voskes geeft aan dat de nieuwe werkwijzen mislukken, als verpleegkundigen en psychiaters niet samenwerken.

Verder is van belang dat leiderschap aanwezig is. Een nieuwe werkwijze wordt vaak alleen gesteund door verpleegkundigen (en niet door psychiaters) of alleen door individuele enthousiastelingen. Verder is de borging van de nieuwe werkwijzen probleem: vertrekt de bevlogen projectleider, dan gaat de innovatie nogal eens verloren.

Het rapport heeft als titel “Best practices rondom dwangreductie in de geestelijke gezondheidszorg”. Van harte aanbevolen.

Auteur: Prof. dr. A.J.P. (Guus) Schrijvers
Professor Schrijvers bekleedt de leerstoel Algemene Gezondheidszorg bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht.