Geen verband tussen moederzorg en stressrespons bij jonge baby

0
575

Van krijsende baby, via driftige peuter en labiele puber naar stabiele volwassene. Als het een beetje meezit kan een mens als hij opgroeit steeds beter omgaan met stress. Hoe werkt dat eigenlijk? En wat is de invloed van oudergedrag op die ontwikkeling? Wat doet de omgeving en wat komt uit het kind zelf?

Belangrijke vragen, met een groot maatschappelijk belang ook. Te veel vragen voor een onderzoeker alleen. Jarno Jansen is één van de onderzoekers in een groot project aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit, waar onder leiding van prof. Marianne Riksen-Walraven gekeken wordt naar de manier waarop kinderen leren omgaan met stress. Jansen keek naar zeer jonge baby’s en ontdekte dat sensitief moedergedrag de eerste maanden geen invloed heeft op de stressrespons bij baby’s. Hij ontdekte ook dat een populaire maat voor stressreactiviteit bij baby’s, speekselcortisol, alleen toeneemt in reactie op pijn of milde lichamelijke stress. Acute psychologische stress leidt op die leeftijd niet tot een cortisolreactie. Jansen promoveert 15 maart op de resultaten van zijn studie.

Borstvoeding bijvoorbeeld
Een goede moeder-kindrelatie biedt het kind een buffer om stress te reguleren. Dit was voor Jansen reden om eens te kijken of de voedingsmethode de relatie beïnvloedt. Borstvoeding komt de moeder-kindrelatie ten goede. Dat wordt vaak stellig gezegd, ook in wetenschappelijke artikelen. Maar hoe aantrekkelijk die hypothese ook klinkt, intensief speurwerk leverde slechts zes studies op die de claim ook echt onderzoeken. En die tonen geen van allen een effect aan, zegt Jansen.’In de westerse wereld geven vrouwen heel kort borstvoeding, hooguit een paar maanden en vaak volgens het schema van flesvoeding. Dat is niet beter voor de ontwikkeling van een goede moeder-kind relatie dan flesvoeding geven.’

Wat zegt cortisol
Cortisolniveaus in speeksel worden gebruikt als maat voor stress. Jansen ontdekte – ook weer door veel publicaties tegen het licht te houden – dat de cortisolrespons bij baby’s jonger dan zes maanden vooral plaatsvinden in reactie op fysieke stress. Honger. Dorst. Kou. Hitte. Psychologische uitdagingen hebben geen effect op cortisolniveaus bij baby’s, hoewel uit het gedrag vaak valt af te leiden dat deze uitdagingen wel degelijk stressvol zijn.

Alleen pijn en milde fysieke stress, zoals bijvoorbeeld de koudeschok bij het uit bad halen of de pijn bij een vaccinatie, resulteren in een significante toename van cortisolniveaus, toonde Jansen aan. Daarbij is het interessant dat zelfs deze reactie al afneemt gedurende het eerste levensjaar, waarbij oudere kinderen vaak helemaal niet meer reageren met cortisol op fysieke stressoren. ‘Blijkbaar leren de meeste baby’s om hun cortisolrespons te reguleren’, stelt Jansen. ‘Onze vraag is of moeders hier een rol in spelen, en hoe baby’s die het kunstje niet leren zich verder ontwikkelen.’

Ontwikkeling van stressreactie
Eerder onderzoek met baby’s van drie maanden suggereerde dat kinderen eerder van een stressvolle gebeurtenis herstellen als hun moeder goed op ze is ingespeeld. Zelf deed Jansen empirisch onderzoek naar de effecten van het gedrag van moeders op de stressrespons bij baby’s van vijf weken en vijf maanden. Op geen van beide leeftijden vond Jansen een relatie tussen het moedergedrag en de cortisolrespons van het kind.

‘Er zijn dus een stuk of tien studies die geen effect van moedergedrag vinden, en maar één studie die het tegendeel suggereert. Gek genoeg beweren reviews juist dat laatste, zonder empirische humane studies te citeren. De ideeën over het verband tussen goede moederzorg en de cortisolreactie komen voort uit uitgebreide studies met ratten en zijn kritiekloos overgenomen, net zoals dat het fabeltje over borstvoeding en de moeder-kindrelatie voortkomt uit onderzoek met schapen en geiten.’

Promotiegegevens
Promovendus: de heer ir. J. Jansen;
Proefschrift: The association between maternal caregiving and the cortisol response to acute stress in young infants;
Promotor: mevrouw prof. dr. J.M.A. Riksen-Walraven;
Copromotor: mevrouw dr. C. de Weerth;
Datum: dinsdag 15 maart 2011; 13:30.