Gedetineerden met licht verstandelijke beperking gebaat bij meer begeleiding

0
3823

Mensen met een lichte verstandelijke beperking die in een Huis van Bewaring of gevangenis zitten, ervaren veelal dezelfde problemen als andere gevangenen. Maar ze hebben vaker onvoldoende kennis over de regels en procedures van de instelling en ondervinden regelmatiger problemen in het contact met anderen.

Dat blijkt uit een onderzoeksrapport van Tranzo (Tilburg University) in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrumcentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Een betere informatievoorziening en meer individueel gerichte begeleiding kunnen die problemen helpen oplossen.

Mensen met een licht verstandelijke beperking kampen met uiteenlopende problemen wanneer zij in een gevangenis verblijven, zo blijkt uit uitgebreide interviews met gedetineerden. Eén daarvan is een gebrek aan kennis van de regels en procedures, waardoor ze soms onbedoeld de regels overtreden en daar straf voor krijgen. Daarnaast vinden ze het lastig om deel te nemen aan georganiseerde activiteiten zoals bellen en koken. Voor zulke activiteiten zijn vaak wachtrijen, waarbij het recht van de sterkste kan gelden. Mensen met een lichte verstandelijke beperking trekken dan aan het kortste eind.

Ook geven deze gedetineerden aan dat ze moeilijk invulling kunnen geven aan de tijd die ze in hun cel doorbrengen en dat ze soms problemen ondervinden in het contact met penitentiaire inrichtingswerkers (piw’ers) en medewerkers van ondersteunende diensten. Ze voelen zich niet altijd begrepen en serieus genomen. Tot slot hebben deze mensen vaker dan andere gevangenen moeizame relaties met familie en medegedetineerden.

Gedetineerden zonder licht verstandelijke beperking geven overigens ook aan last te hebben van dit soort problemen, maar zij zijn beter in staat om voor zichzelf op te komen en de problemen op te lossen.

Volgens de onderzoekers zijn zowel mensen met een verstandelijke beperking als andere gedetineerden gebaat bij meer aandacht van het personeel voor de informatievoorziening, waarbij duidelijk wordt uitgelegd wat er van gedetineerden wordt verwacht en waarom. Dat zou onnodige stress kunnen voorkomen. Ook zou het helpen als het personeel vaker in gesprek gaat met gedetineerden, afspraken met hen maakt en meedenkt bij het zoeken naar oplossingen voor problemen.

Het onderzoek is uitgevoerd door Tranzo, Wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.