Gebruik CVRM-medicatie blijft toenemen

0
622

Geneesmiddelgebruik voor cardiovasculair risicomanagement, uitgedrukt in dagdoseringen, nam afgelopen jaar toe met 5%. De uitgaven hieraan zijn met 3% afgenomen en bedroegen in 2010 in totaal € 980 miljoen. Grote winnaar is het nieuwe geneesmiddel aliskiren, waarvan de afzet in een jaar tijd verdubbelde.

Van alle receptplichtige geneesmiddelen die Nederlandse apotheken in 2010 verstrekten, is ongeveer 38% te beschouwen als geneesmiddelen die worden ingezet ten behoeve van cardiovasculair risicomanagement (CVRM). De laatste vijf jaar is dit percentage vrijwel ongewijzigd. De maat voor dit percentage is het aantal verstrekte standaarddagdoseringen (DDD), omdat dit de meest re&ëuml;le eenheid is om het gebruik van geneesmiddelen in uit te drukken. Als het aantal verstrekkingen als maat wordt gebruikt, ligt het percentage in 2010 een stuk lager; namelijk 33,5%. De reden hiervan is dat in de groep CVRM–geneesmiddelen het gemiddeld aantal DDD’s per verstrekking hoger ligt dan voor de groep van alle geneesmiddelen. Dat komt omdat patiënten CVRM–geneesmiddelen chronisch gebruiken. Hierdoor maken herhaalvoorschriften met vaak de hoogst toegestane hoeveelheid geneesmiddelen een groot deel uit van de recepten. In 2006 lag dat percentage met 27,2% nog een stuk lager. Deze ontwikkeling is te verklaren uit de toename van het aantal weekleveringen. Weekleveringen worden vaker ingezet naarmate de patiënten ouder worden. Dat is juist de groep mensen die naar verhouding meer dan gemiddeld CVRM–geneesmiddelen gebruikt.

CVRM–middelen
Voor de aanduiding van de groep CVRM–geneesmiddelen hanteert de SFK een indeling die is gebaseerd op het tweede niveau van het ATC–classificatiesysteem. De CVRM–groep bestaat uit antistollingsmiddelen (B01), hartmiddelen (C01), cholesterolverlagers (C10) en middelen bij hoge bloeddruk. De laatstgenoemde groep omvat ruwweg plasmiddelen (C03), bètablokkers (C07), calciumantagonisten (C08), middelen aangrijpend op het renine–angiotensinesysteem (RAAS–remmers, C09) en specifieke antihypertensiva (C02).
Minder uitgaven

Nederlandse openbare apotheken verstrekten in 2010 ruim 64 miljoen keer een CVRM–geneesmiddel. Dat is 7 miljoen (13%) keer vaker dan een jaar eerder. Deze trend is al enige jaren gaande. Over de laatste vijf jaar bedroeg deze stijging gemiddeld 14% per jaar. Bovengenoemde toename van het aantal weekleveringen veroorzaakt deze stijging. Met een toename van 5% komt het aantal dagdoseringen voor deze groep middelen in 2010 uit op drie miljard. Dit stijgingspercentage komt precies overeen met het gemiddelde per jaar over de laatste vijf jaar. De totale uitgaven aan deze groep bedroegen in totaal € 980 miljoen. Dat is € 30 miljoen (3,2%) minder dan in 2009. De uitgaven, komen daarmee op praktisch hetzelfde niveau uit als in 2005. Deze uitgaven omvatten de de kosten van de geneesmiddelen minus de clawback en inclusief de vergoeding voor de werkzaamheden in de apotheek. In de tussenliggende jaren lagen de uitgaven hoger, met een maximum van € 1,13 miljard in 2007. De toename in 2010 van het totale aantal verstrekte DDD’s aan CVRM–middelen bedroeg niet voor alle onderliggende groepen 5%, maar week daar ook niet veel van af. Met een toename van 8,5% waren de cholesterolverlagers de grootste stijgers, terwijl de afzet van de groep hartmiddelen vrijwel onveranderd bleef. De toename in de groepen specifieke antihypertensiva, plasmiddelen en bètablokkers kwam uit op rond de 2%.
Verdubbeling alikiren

Op het niveau van werkzame stoffen valt de opkomst van het in 2008 beschikbaar gekomen middel alikiren (Rasilez) op. In het laatste jaar is het aantal verstrekte DDD’s verdubbeld en uitgekomen op 1,2 miljoen. Aliskiren behoort tot een nieuwe generatie geneesmiddelen die aangrijpen op het renine&–angiotensinesysteem. Van de combinatie aliskiren met het plasmiddel hydrochloorthiazide is het afgelopen jaar daarboven nog bijna een half miljoen DDD’s verstrekt.