Euregionaal onderzoeksproject naar opsporing Borstkanker van start

0
624

Onlangs is een regionaal onderzoeksproject van start gegaan in de Eurregio. Dit Microbiomed-project richt zich op het kunnen opsporen van borstkanker in een zeer vroege fase. Hierin werken onderzoekers uit Maastricht samen met collega’s uit Luik, Hasselt en Aken. Met het totale project is een budget van bijna € 6 miljoen gemoeid, gefinancierd door INTERREG.

Doel
Het achterliggende onderzoeksdoel is om door het opsporen van een heel klein aantal kwaadaardige cellen in het bloed, kanker eerder te kunnen opsporen dan met de huidige technieken. Hiervoor zal gewerkt worden met chip-technologie met zeer kleine hoeveelheden bloed. Aan het einde van de projectperiode (2014) moet een device worden opgeleverd dat in staat is zeer kleine hoeveelheden cellen aan te tonen. Dit kan dan vervolgens gebruikt worden om in de kliniek te valideren.

Screening
Deze techniek kan interessant worden voor zowel screening, bv bij hoog risico patiënten, maar ook voor het vroeg opsporen van uitzaaiingen. “Voor de afdeling Interne Geneeskunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ is het onderzoek interessant omdat deze afdeling zich richt op o.a. het ontwikkelen van Dendritische cel vaccins en andere celtherapieën tegen kanker daarbij gebruik makend van het afweersysteem”, licht oncoloog/hematoloog dr Gerard Bos toe, die samen met zijn collega dr Wilfred Germeraad in Maastricht leiding geeft aan dit project. “Hoe eerder kanker wordt opgespoord, hoe succesvoller activatie van het immuunsysteem waarschijnlijk zal zijn.”

Reputatie
De Maastrichtse onderzoekers werken in dit project samen met een aantal centra zoals het Centre Spatial De Liège in Luik – waar een belangrijk deel van de optische en electronische expertise zal worden ontwikkeld om met micro-technologie voor deze vraagstelling succesvol te zijn. In dit veld van onderzoek is ook Instituut voor Materiaal Onderzoek van de Universiteit Hasselt actief en heeft een vooraanstaande reputatie in dit vakgebied. Verder participeren de RWTH en het Klinikum in Aken en het Frauenhofer Instituut in Aken in het project.