Erasmus MC pakt babysterfte landelijk aan

0
577

De babysterfte en het aantal ongunstige zwangerschapsuitkomsten in Nederland moeten omlaag. Het Erasmus MC en de gemeente Rotterdam hebben daarom projecten gestart die bijdragen aan een betere gezondheid van (aanstaande) vaders en moeders en hun baby’s.

Ook is gewerkt aan het verbeteren van de verloskundige zorg. De Rotterdamse aanpak krijgt navolging in Nederland. Het Ministerie van VWS heeft het Erasmus MC een subsidie verleend om de komende drie jaar in zes steden in Nederland soortgelijke projecten in experimentvorm op te zetten en uit te voeren, vooral gericht op groepen van mensen met de hoogste risico’s.

In Nederland overlijden jaarlijks meer baby´s voor, tijdens, of vlak na de geboorte dan in de rest van Europa. Dat is opvallend, zeker gezien de goede relatieve welvaartspositie van Nederland. Deze perinatale sterfte (in Nederland 9,7 per duizend geborenen) is een optelsom van sterfte vóór de geboorte (6,9 ‰) en sterfte in de eerste week na de geboorte (2,8 ‰). In Rotterdam ligt de perinatale sterfte hoger dan in de vier grote steden en hoger dan in de rest van Nederland. Bovendien zijn er grote verschillen tussen de Rotterdamse wijken.

Rotterdamse aanpak uitgerold
In 2008 is Rotterdam gestart met het programma ´Klaar voor een kind´. Doel van het programma is om in tien jaar tijd de perinatale gezondheid van baby’s in Rotterdam te verbeteren, waardoor zij een goede start maken na de geboorte, een goede toekomstige gezondheid hebben en goede fysieke en psychische ontwikkelingskansen krijgen.

Dit wordt gedaan door projecten te starten in de verloskundige keten die bijdragen aan een betere gezondheid van (aanstaande) moeders èn vaders en hun baby’s. Het programma zet onder meer in op een verbeterde begeleiding vóór en tijdens de zwangerschap, de bevalling en het kraambed en de periode daarna.

Deze succesvolle aanpak wordt nu verder uitgerold in een aantal andere steden. De methoden en instrumenten die in dit Rotterdamse programma zijn ontwikkeld en die bijdragen aan de verbetering van de zwangerschapsuitkomsten, worden in zes nog te selecteren steden getest op o.a. praktische toepasbaarheid. ‘Best practices’ kunnen vervolgens lokaal worden toegepast in de rest van het land.

De Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge (Jeugd en Gezin) is blij met het feit dat het programma landelijke navolging krijgt: “Nederland heeft een van de hoogste sterftecijfers onder baby’s in Europa. En naast het hoge babysterftecijfer, maakt een te groot deel van de pasgeboren baby’s in hun eerste levensdagen een slechte start. Het gaat dan om kinderen die te vroeg worden geboren, te licht zijn, of een aangeboren afwijking hebben.

Onderzoek wijst uit dat de gevolgen van deze slechte start verstrekkend kunnen zijn. Denk aan gezondheidsproblemen, cognitieve ontwikkelingsproblemen en gedragsproblemen. En op latere leeftijd schooluitval en daardoor minder kansen op een goede deelname aan de samenleving. Niet voor niets vervult Rotterdam een belangrijke voortrekkersrol in de aanpak van babysterfte in Nederland. Want kinderen verdienen alle kansen om hun talenten goed te kunnen ontwikkelen. Daar kunnen we niet vroeg genoeg mee beginnen.”

Inzet op bereik
De experimenten betreffen zorg vóór de zwangerschap (preconceptiezorg) aan risicogroepen. Het bereiken van juist de belangrijkste risicogroepen en de evaluatie van de effecten van deze zorg op de preconceptionele gezondheid van aanstaande ouders, zijn daarbij belangrijk. Ook worden Centra voor Jeugd en Gezin hierin betrokken om te experimenten met preconceptiezorg na een eerdere zwangerschap, ter voorbereiding op een volgende zwangerschap. Dit wordt ook wel interconceptiezorg genoemd. Nieuwe voorlichters Perinatale Gezondheid lichten, vooral voorafgaand aan de zwangerschap, risicogroepen voor en leiden hen naar de reguliere zorg. Deze voorlichters vervullen tevens een belangrijke brugfunctie tussen zorgvraag en aanbod.

Zorg op maat
Daarnaast zal worden geëxperimenteerd met een vernieuwde risicoscreening bij zwangeren, aangepast aan de lokale situatie. Conform de adviezen van de Stuurgroep ‘Zwangerschap en geboorte’ (2010) wordt daarbij elke zwangere binnen een Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) besproken, waardoor zorg op maat kan worden geleverd. Ook zal worden geëxperimenteerd met de ontwikkeling van zorgpaden, passend bij de lokale situatie (regio, gemeente, en wijk), gekoppeld aan de risicoscreening, met ook het derde trimester echo-onderzoek ter opsporing van foetale groeivertraging.

Een programma van deze omvang, gericht op de perinatale gezondheid vanuit een risicogeleid model en met een ketenoverstijgend uitgangspunt, is in Nederland nog niet eerder gerealiseerd.