Er blijft werk aan de wijk

0
720

In 2007 maakte toenmalig minister voor Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar het ‘Actieplan Krachtwijken’ bekend. Dat beoogde in tien jaar tijd markante verbetering te bereiken in veertig achterstandswijken op het gebied van wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid.

Onderstaand vindt u de belangrijkste bevindingen uit de SCP-publicatie ‘Werk aan de wijk’. Een quasi-experimentele evaluatie van dit krachtwijkenbeleid.

Bevindingen
1. Het krachtwijkenbeleid had tussen 2008 en 2012 geen onderscheidend gunstig effect op sociale stijging, leefbaarheid en veiligheid in de aandachtswijken. Wijken die er qua problematiek in 2007 het meest op leken, maakten vergelijkbare ontwikkelingen door.

2. Wel zijn er positieve trends in de aandachtswijken:
a. De concentratie van mensen met lage inkomens in de aandachtswijken is sinds midden jaren 2000 geleidelijk minder geworden.
b. De tevredenheid met de woonomgeving is de laatste tien jaar aanhoudend verbeterd. Aandachtswijkbewoners zijn ook optimistischer over de ontwikkeling van hun wijk.
c. Bewoners hebben in tien jaar tijd steeds minder vaak het idee dat er veel verloedering in hun buurt voorkomt.

3. Het slachtofferschap en de perceptie van onveiligheid zijn de laatste jaren juist gestegen.

4. Herstructurering in stadswijken had in de periode 2007-2010 gunstige effecten op slachtofferschap van geweld en in mindere mate ook op de perceptie van geweld.

5. De verkoop van sociale huurwoningen in stadswijken had in de jaren 2007-2010 geen meetbare effecten op leefbaarheid en veiligheid.

SCP-publicatie ‘Werk aan de wijk’
In het rapport gaan de onderzoekers, dr. Matthieu Permentier, dr. Jeanet Kullberg en dr. Lonneke van Noije, in op ontwikkelingen in de aandachtswijken. Eerst is gekeken naar de mate waarin bewoners van aandachtswijken sociaal-economisch vooruit weten te komen. De centrale vraag is vervolgens in hoeverre het krachtwijkenbeleid tussen 2008 en 2012 effectief is geweest in het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken en van de economische positie van de bevolking. Het beleid is op quasi-experimentele wijze geëvalueerd: de ontwikkelingen in de aandachtswijken worden afgezet tegen die in de best vergelijkbare wijken. Daarnaast is de effectiviteit getoetst van de wijkinterventies herstructurering, de verkoop van sociale huurwoningen en het project Onze Buurt aan Zet, een pakket sociale maatregelen. Het rapport kwam tot stand op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, directoraat-generaal Wonen en Bouwen.

Geen gunstig effect meetbaar van het krachtwijkenbeleid
Uit het onderzoek blijkt dat de aandachtswijken zich niet gunstiger ontwikkelden ten opzichte van de wijken die er qua problematiek in 2007 het meest op leken. Er zijn op wijkniveau dan ook geen gunstige effecten van het krachtwijkenbeleid gevonden op de beleidsdoelen leefbaarheid, veiligheid en de sociaaleconomische positie van de bevolking. Dit kan deels worden begrepen doordat ook in die andere wijken werd geïnvesteerd in vergelijkbare projecten, waaronder herstructurering (sloop en nieuwbouw van woningen). Wel is sprake van een ongunstig effect op de actieve inzet van de bewoners van de aandachtswijken. Naar effecten op de beleidsdoelen ‘leren en opvoeden’, ‘de integratie van migranten’ en ‘gezondheid’ is in dit onderzoek niet gekeken.

Minder concentratie van lage inkomens
Aandachtswijken zijn sinds midden jaren 2000 beter geslaagd in het werven en behouden van bewoners met midden- en hogere inkomens. In andere wijken in de G31-gemeenten nam het aandeel bewoners met een laag inkomen juist wat toe. Hiermee is de trend van toenemende concentratie van lage inkomens in de aandachtswijken geleidelijk gekeerd. Het aandeel bewoners dat een inkomensstijging of -daling doormaakte, schommelt met de economische conjunctuur. Deze schommelingen verschillen nauwelijks tussen aandachtswijken en overige stadswijken. Wel zijn de inkomenssprongen in de aandachtswijken kleiner en raakten er meer werkende mensen in een uitkering dan in andere wijken van de G31 (in het jaar 2010 ruim 5% van de personen met een baan in plaats van ruim 3% elders).

Tevredenheid en optimisme toegenomen, de veiligheid niet
In de aandachtswijken is de tevredenheid met de woonomgeving gestaag toegenomen sinds 2002. Ook verbeterde de perceptie van verloedering er. De aandachtswijken ontwikkelden zich op deze punten al gunstig voordat het krachtwijkenbeleid van start was gegaan en in andere lagestatuswijken waren de ontwikkelingen eveneens positief.

Aandachtswijkbewoners geven vaker dan bewoners van andere wijken aan dat hun wijk vooruit is gegaan en nog vooruit zal gaan. Het optimisme was vooral in 2009 groot. Bewoners die op de hoogte zijn van de wijkactieplannen voor hun wijk (40% van de bewoners) oordelen positiever dan degenen die niet op de hoogte zijn.

Tot 2009 nam ook het slachtofferschap van criminaliteit af en tot 2006 verbeterde de perceptie van buurtveiligheid. Sindsdien zijn de veiligheid en veiligheidsperceptie echter verslechterd, niet alleen in de aandachtswijken, maar ook in andere lagestatuswijken.

Dankzij herstructurering minder slachtoffers van geweld
Herstructurering in stadswijken (niet alleen aandachtswijken) tussen 2006 en 2011 droeg vooral bij aan het verminderen van slachtofferschap van geweld en in mindere mate ook van de perceptie van geweld in de wijk. Daarbij maakte het niet veel uit of in plaats van oude huurwoningen nieuwe huurwoningen of koophuizen werden gebouwd. Grootschalige, langer lopende herstructurering waarbij sinds 1998 minstens 10% van de woningvoorraad werd vervangen, laat voorzichtig positieve effecten zien op het slachtofferschap en de perceptie van geweld in de wijk, maar daarnaast ook op het slachtofferschap en de perceptie van diefstal en op de tevredenheid met de woonomgeving.

Nauwelijks leefbaarheidseffecten van de verkoop van huurwoningen
De verkoop van sociale huurwoningen in stadswijken (niet alleen aandachtswijken) heeft in de periode 2007-2010 niet tot significante leefbaarheidseffecten geleid in stadswijken. Een sterkere focus op verkoop in aandachtswijken, waar kopers minder kunnen investeren in het onderhoud van de woning, en de crisis op de koopmarkt kunnen een rol spelen bij de tegenvallende resultaten.

‘Onze buurt aan Zet’: bewoners zien meer verloedering
Omdat het niet goed mogelijk was om verschillende sociale en participatieprojecten binnen het krachtwijkenbeleid te lokaliseren, is teruggegrepen op een sociaal programma uit begin jaren 2000 met veel aandacht voor bewonersparticipatie: Onze Buurt aan Zet (OBAZ). De activiteiten binnen dit programma (wijkschouwen, schoonmaakacties, sport en spel, festiviteiten voor bevolkingsgroepen) zijn verwant aan die binnen het krachtwijkenbeleid. In de wijken waar OBAZ van kracht was zijn echter geen gunstige effecten gemeten op leefbaarheid en veiligheid. De perceptie van verloedering nam er zelfs minder af dan in vergelijkbare wijken. Mogelijk komt dit doordat de wijkactiviteiten en de communicatie daarover, de bewoners geattendeerd hebben op sporen van verloedering in de buurt.