Emigratie overal in Europa onderschat

0
642

Internationale migratiestatistieken zijn minder betrouwbaar dan wordt aangenomen. Er emigreren veel meer mensen dan we denken, zo laat onderzoek van Joop de Beer zien. ‘Discussies over migratie gaan vooral over de instroom van probleemgroepen,’ stelt de demograaf. ‘Dat er ondertussen ook grote groepen het land verlaten, blijft onopgemerkt. Dit terwijl de economische gevolgen van uitstroom groot kunnen zijn.’ De Beer promoveert 15 december 2011 aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.

Migratiecijfers zijn doorgaans gebaseerd op de gegevens die gemeenten hebben over hun inwoners. Dat deze gegevens niet volledig betrouwbaar zijn, komt doordat niet iedereen die naar het buitenland vertrekt dit bij de gemeente meldt. Wie vertrekt, heeft er vaak geen belang bij dit te melden; wie ergens aankomt, heeft dat vaak wel – bijvoorbeeld om in aanmerking te komen voor een woning of een uitkering. In zijn promotieonderzoek presenteert Joop de Beer een nieuwe rekenmethode. Deze methode, die internationale emigratie- en immigratiecijfers met elkaar vergelijkt, laat zien dat de werkelijke emigratiecijfers in 19 Europese landen anderhalf keer zo hoog zijn als de officiële, gepubliceerde emigratiecijfers.

Problemen immigratie overschat
De Nederlandse bevolkingsregistratie staat op een relatief hoog niveau, en toch raken er in ons land jaarlijks enkele tienduizenden mensen ‘zoek’. ‘Beleidsmakers focussen op instroom,’ zo verklaart De Beer de tekortkomingen in de statistieken. ‘Vooral probleemgroepen krijgen veel aandacht, veel andere groepen ontsnappen aan de aandacht.’ Dat grote aantallen Oost-Europese arbeidskrachten Nederland binnenkomen, komt volop in de aandacht. Dat velen van hen het land binnen een paar jaar weer verlaten, blijft onopgemerkt. De Beer: ‘Mijn onderzoek laat zien dat de immigratieproblematiek wordt overschat, terwijl het probleem van de krimpende beroepsbevolking wordt onderschat. Als grote groepen Engelsen, Duitsers en Ieren Nederland verlaten, moeten we daar zicht op hebben, want dat kan grote gevolgen hebben voor onze economie.’

Meer werken: minder kinderen?
Ook de prognose van geboortecijfers kan worden verbeterd door internationale vergelijkingen, zo laat De Beer zien. In Zweden bedraagt het gemiddeld aantal kinderen per vrouw 1,9, terwijl het in Duitsland en Polen 1,4 bedraagt. Ook in Zuid-Europese landen is het kindertal laag. Door voor verschillende Europese landen te onderzoeken hoe snel het vruchtbaarheidspatroon zich in de richting van het Noord-Europese patroon ontwikkelt, kan een prognose worden gemaakt van de toekomstige vruchtbaarheidsontwikkeling in die landen. De promovendus verwacht dat het gemiddeld kindertal in Duitsland en Polen zal toenemen naar 1,6 in 2030. De Beer: ‘Als de economische verschillen tussen landen afnemen, gaan de geboortecijfers waarschijnlijk op elkaar lijken. De Noord-Europese landen laten al zien dat een stijging van de arbeidsparticipatie van vrouwen niet hoeft te leiden tot een daling van het kindertal.’

Japanse vrouwen worden het oudst
Voor de prognose van de levensverwachting kan de ontwikkeling in Japan als een voorbeeld worden gezien, stelt De Beer. De levensverwachting van Japanse vrouwen ligt enkele jaren hoger dan in Europese landen en stijgt nog steeds. Ook in Europa lijkt dus ruimte voor een verdere stijging van de levensverwachting. In Nederland was de ontwikkeling in de levensverwachting de afgelopen decennia minder gunstig dan in andere Europese landen. Als dat zo blijft, zal de levensverwachting van vrouwen in Nederland naar verwachting toenemen van bijna 83 jaar nu naar 87 jaar in 2060. Maar zou Nederland de Europese trend gaan volgen, dan kan de levensverwachting van Nederlandse vrouwen toenemen tot 89 jaar in 2060.

Curriculum vitae
Joop de Beer (1955) is hoofd van de afdeling Population Dynamics van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Hij studeerde economie te Rotterdam en verrichtte zijn promotieonderzoek aan het NIDI en de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Promotor is prof.dr. Frans Willekens. De titel van het proefschrift luidt: ‘Transparency in population forecasting: methods for fitting and projecting fertility, mortality and migration.’