Eczeempoli speciaal voor kinderen in Roosendaal

0
593

In Nederland heeft ongeveer 20 procent van de kinderen last van eczeem. Eczeem is een vervelende aandoening die flink jeukt, maar waar de meeste kinderen gelukkig overheen groeien. Toch kunnen dit soms lastige jaren zijn voor het kind en voor de ouders. De maatschap Dermatologie van het Franciscus Ziekenhuis heeft daarom de eczeempoli ontwikkeld om hen hierbij te ondersteunen.

De wetenschappelijke kennis over eczeem en allergie neemt ieder jaar toe. Daardoor worden de ideeën over de behandeling van eczeem regelmatig bijgesteld. Dit kan voor ouders van kinderen met eczeem best verwarrend zijn. Daarnaast merkt Käthe Noz, dermatoloog in het Franciscus Ziekenhuis, dat ouders vaak vragen hebben zoals: “Hoe vaak moet ik de zalven gebruiken, hoeveel zalf moet ik smeren hoe lang moet ik de zalf blijven gebruiken of heeft de zalf bijwerkingen?” Al deze vragen komen tijdens de eczeempoli aan bod.

Hoe werkt de eczeempoli
“Het bijzondere aan de eczeempoli is dat er naast het gebruikelijke individuele consult ook een groepsconsult plaatsvindt”, vertelt Käthe verder. “Elke woensdagmiddag worden maximaal vier kinderen en hun ouders uitgenodigd om naar de eczeempoli te komen.
Nadat elk kind eerst apart is onderzocht door de dermatoloog komen ouders en kinderen bij elkaar in een grotere ruimte (met speelgoed voor de kinderen) voor het groepsconsult. Hier geef ik uitgebreid uitleg over eczeem, er is gelegenheid om vragen te stellen en ouders kunnen ervaringen uitwisselen met elkaar. Tijdens het groepsconsult vindt er ook een zalfinstructie plaats, die wordt gegeven door een doktersassistente. Ouders en kinderen kunnen hierbij oefenen met de verschillende producten die bij de behandeling van eczeem worden gebruikt.”

Doel van de eczeempoli
“De kwaliteit van de behandeling van eczeem neemt toe als ouders weten wat ze kunnen doen en hoe ze dat kunnen doen. De klachten zullen daardoor afnemen, waardoor de kwaliteit van leven verbetert: van het kind én van de ouders. En daar doen we het voor!” besluit Käthe.