Duurzame energie uit poolgebied?

0
593

Deskundige op gebied van duurzame energie. Auteur van het boek `Groene Parels; duurzame energie ligt op de drempel`. Eigenaar-directeur van energie-adviesbureau Ekwadraat. Prins Willem Alexander heeft het van dichtbij gezien: de ijskappen in het poolgebied smelten. Tijdens zijn recente bezoek aan Groenland deed hij een opmerkelijk aanbod. Als het ijs zich dan toch terugtrekt, wil kennisland Nederland wel helpen om de mogelijkheden voor ontginning van de blootgelegde olie- en gasvelden te onderzoeken.

Auteur: Douwe Faber

Het is wrang: de mensheid vervuilt de atmosfeer, ontregelt het klimaat en wil ook nog eens een slaatje slaan uit de dramatische gevolgen. Het moet de vertegenwoordigers van de Nederlandse olie- en gasindustrie, die ook van de partij waren, overigens als muziek in de oren hebben geklonken.

De prins had het raar genoeg over ,’duurzame ontwikkeling’ van het poolgebied. Waarmee het begrip duurzaamheid zo langzamerhand het meest misbruikte woord in de Nederlandse taal is geworden. Want het exploiteren van fossiele bronnen, in zo’n kwetsbaar gebied, heeft in de verste verte niets met verantwoord en duurzaam handelen te maken. De wereldwijde jacht op olie en gas leidt steeds vaker tot excessen. Is na de milieurampen met de Exxon Valdez in Alaska, het booreiland van BP in de Golf van Mexico en het kernongeval in Fukushima straks de ongerepte Noordpool aan de beurt?

De Groenland-expeditie maakt in elk geval duidelijk dat `van bovenaf’ geen heil valt te verwachten. De kroonprins is kennelijk nog niet los gekomen van de economie van het verleden en zolang de energiesector nog miljarden winst maakt met het plunderen van de fossiele bodemvoorraden, is zij niet geneigd de bakens te verzetten.

De werkelijke revolutie zal dan ook van onderaf komen: het is de consument die de noodzakelijke veranderingen zal afdwingen. Nu al staan automobilisten tandenknarsend bij de benzinepomp, waar ze bijna wekelijks met prijsverhogingen worden geconfronteerd. En dat is nog kinderspel vergeleken met wat er nog staat te gebeuren.

Nu de wereldeconomie opkrabbelt uit de recessie, nadert het moment dat de olieproductie de vraag niet meer kan bijhouden, het zogenoemde ‘peakoil’. De volgende mondiale crisis wordt een energiecrisis. Ik voorspel dat de prijs van olie en gas de komende tien jaar minstens twee of zelfs drie keer zo hoog wordt.

De gevolgen daarvan worden niet enkel gevoeld aan de benzinepomp. Naast huur en hypotheek zijn de centrale verwarming en de elektriciteitsmeter nu al de grootste kostenpost voor huishoudens.

En waar bijna niemand rekening mee houdt: ook de gewone consumptiegoederen zullen spectaculair duurder worden. De prijs van vrijwel ieder artikel in de winkel bestaat immers voor een aanzienlijk deel, soms meer dan een derde of zelfs de helft, uit energiekosten. Fabrikanten zullen een exploderende energieprijs noodgedwongen doorberekenen in hun producten.

Dat geeft beslist sociale onrust. Consumenten zijn tegenwoordig machtig. Steeds vaker worden artikelen of merken in de ban gedaan als ze niet maatschappelijk verantwoord worden gemaakt.

In Amerika eisen consumenten al met succes groene, duurzame producten. Geen wonder dat internationale bedrijven, zoals onze grootste bierbouwer en ons grootste zuivelconcern, alles op alles zetten om binnen afzienbare termijn klimaat- en energieneutraal te produceren: groene pilsjes en groene glazen melk. De komende jaren wordt energie de leidende factor in economische ontwikkeling. Bedrijven die qua energieverbruik het voordeligst en het groenst weten te produceren, hebben straks het grootste marktaandeel.

Natuurlijk, Nederland verdient veel geld met het winnen van fossiele brandstof en de economie daarachter. Dat trucje hebben we halverwege de vorige eeuw geleerd. Maar waarom gaan we deze kennis niet benutten voor groene en hernieuwbare energie? Laten we bedrijven helpen bij het creëren van duurzame goederen en tegelijk een groene kenniseconomie bouwen.

We kunnen nu al bussen laten rijden op groen gas, hele steden voorzien van duurzame warmte uit geothermie en een locale economie bouwen die volledig drijft op zelf geproduceerde duurzame energie. Zo worden dorpen weer leefbaar en blijft werkgelegenheid behouden. Ons land heeft de technische kennis en beschikt over voldoende best practices om internationaal een koppositie in te nemen.

De vraag is alleen: wanneer dringt het gevoel van urgentie eindelijk door?