Duizeligheid bij ouderen vaak door aandoeningen hart en bloedvaten

0
636

Duizeligheid bij ouderen lijkt vooral te worden veroorzaakt door aandoeningen van hart en bloedvaten en veel minder door aandoeningen van het evenwichtsorgaan. Dit resultaat staat haaks op eerder onderzoek. Promovendus Otto Maarsingh onderzocht duizeligheid bij ouderen van 65 jaar of ouder, die voor deze klacht de huisarts bezochten. Maarsingh promoveert op 15 december bij VU medisch centrum.

De klacht duizeligheid komt regelmatig voor bij ouderen. Dertig procent van de 65-plussers heeft wel eens last van duizeligheid en dit loopt op tot 40-50 procent bij mensen boven de 80 jaar. Duizeligheid kan wijzen op tal van aandoeningen, variërend van onschuldig tot zeer ernstig. Regelmatig blijft de oorzaak van duizeligheid onduidelijk.

Bevindingen
Het onderzoek onder 417 duizelige ouderen laat zien dat de meest voorkomende hoofdoorzaak van duizeligheid een cardiovasculaire aandoening is (57% van de patiënten), gevolgd door een aandoening van het evenwichtsorgaan (14%) en een psychiatrische aandoening (10%). Deze uitkomsten zijn in tegenspraak met eerder wetenschappelijk onderzoek dat aandoeningen aan het evenwichtsorgaan als belangrijkste oorzaak aanwijst.

Ook kwam uit Maarsinghs onderzoek naar voren dat er bij meer dan de helft van de ouderen met duizeligheid sprake was van twee of meer bijdragende oorzaken van duizeligheid. Daarnaast levert medicatie bij één op de vier duizelige ouderen mogelijk een bijdrage aan de klacht, wat veel hoger is dan men tot op heden aannam.

Handvatten voor de huisarts
Maarsingh en collega’s adviseren huisartsen om bij duizelige ouderen voldoende aandacht te besteden aan onderliggende cardiovasculaire aandoeningen, altijd de medicatiestatus te beoordelen en systematisch de verschillende (categorieën van) oorzaken van duizeligheid langs te lopen. Tenslotte worden huisartsen geadviseerd om bij de diagnostiek van duizeligheid bij ouderen altijd de aanwezigheid van angst- of stemmingsproblematiek te overwegen. Duizelige patiënten met een angst- of stemmingsstoornis hebben namelijk een slechtere prognose, terwijl deze aandoeningen goed te behandelen zijn.