Drinkwaterinstallatie verkleint risico antibioticumresistentie in veehouderij

0
593

Het toedienen van antibiotica aan dieren via drinkwater kan leiden tot antibioticumresistentie als dit gebeurt met een niet goed ontworpen of onderhouden drinkwaterinstallatie. Veehouders moeten daarom investeren in deugdelijke drinkwaterinstallaties. Dit adviseert het bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Sinds kort kunnen veehouders geen veevoeder meer kopen waarin antibiotica zijn gemengd. De overheid heeft namelijk aanvullende eisen gesteld om te voorkomen dat veevoeder met antibiotica ander veevoer tijdens het productie- of distributieproces zou kunnen vervuilen. Hierdoor vindt de veevoedersector het niet meer rendabel om gemedicineerd voeder te produceren. Daarom moeten de veehouders tegenwoordig de antibiotica vooral via het drinkwater aan hun dieren geven. Het BuRO vindt dat voorkomen moet worden dat onnodige resistentie- ontwikkeling optreedt door tekortkomingen in de drinkwaterinstallaties. Ook moet voorkomen worden dat drinkwater met antibiotica in het milieu terechtkomt omdat de gevolgen hiervan nog niet te voorspellen zijn.

Een andere methode is het strooien van antibiotica op het voeder; de zogenoemde ‘topdressing’. Hierdoor bestaat de kans dat de antibiotica onregelmatig worden verspreid waardoor dieren een te lage dosering krijgen. Ook door een te lage dosering kan antibioticumresistentie ontstaan. Daarom adviseert het BuRO dat het gebruik van ‘topdressing’ met antibiotica zo beperkt mogelijk zijn.

Het bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering van de NVWA oordeelt en adviseert wetenschappelijk onderbouwd over mogelijke bedreigingen van de voedsel- en productveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn. De onafhankelijke uitoefening van deze opdracht is geregeld in de Wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit die in 2006 door het parlement is aangenomen. Adviezen in het kader van de wet worden uitgebracht aan de ministers van de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).