Doelstelling voor gebruik vloeibaar frituurvet niet gehaald

0
621

In 2010 gebruikte 61% van de ondernemers in de fastfood-sector vloeibaar frituurvet voor het afbakken van friet. Dit komt naar voren uit een steekproef die de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) uitvoerde bij 588 bedrijven in deze sector. Hieruit blijkt dat de doelstelling van de campagne Vloeibaar Frituren niet is gehaald.

61% Fastfood frituurt verantwoord
De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit constateert bij een steekproef in 2010 dat 61% van de ondernemers in vloeibaar frituurvet bakte. In 2004 bleek uit onderzoek van de nVWA dat 33% van de ondernemers vloeibaar vet gebruikte. Het percentage vloeibaar vetgebruikers binnen de fastfoodsector is in 6 jaar bijna verdubbeld. Dit geeft aan dat het goed mogelijk is om met het gezondere vloeibare vet te werken.

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en het Voorlichtingsbureau Margarine, Vetten en Oliën (MVO) hadden als streven benoemd dat eind 2010 75% van de ondernemers van cafetaria’s vloeibaar vet gebruikte. Die doelstelling is niet gehaald.

Campagne vloeibaar frituren
In 2004 startten Koninklijke Horeca Nederland en het Voorlichtingsbureau Margarine, Vetten en Oliën samen de campagne ‘Vloeibaar frituren’ om zoveel mogelijk bedrijven in de horeca te laten overstappen op het gebruik van vloeibaar frituurvet. Dit omdat vloeibaar frituurvet aanzienlijk gezonder is dan hard frituurvet.

Werkwijze onderzoek
Van augustus tot half oktober 2010 heeft de nVWA 588 cafetaria’s, snackbars en formulebedrijven die vallen onder de aanpak van de nVWA, verspreid over geheel Nederland bezocht. De nVWA koos de te inspecteren bedrijven steekproefsgewijs uit het complete bedrijvenbestand van circa 6500 cafetaria’s, snackbars en bedrijven. Tijdens de inspectie nam de nVWA een monster vet/olie uit de oven voor het afbakken van frites voor nadere analyse.