Defect in kraakbeen is slecht te genezen

0
901

Het is mogelijk een kleine beschadiging in het kraakbeen van de knie te herstellen met een klein metalen implantaat. Maar op de lange termijn leidt het wel tot kraakbeenschade bij de tegenoverliggende zijde van het gewricht. Orthopedisch chirurg in opleiding Roel Custers van het UMC Utrecht stelt dat in zijn proefschrift. Hij promoveert op 4 maart.

In zijn onderzoek analyseerde Custers in verschillende diermodellen de gevolgen van een metalen implantaat in beschadigd kraakbeen. Custers vond dat de implantaten stevig vastgroeien, terwijl niet uitmaakt van welk materiaal, cobalt-chroom of geoxideerd zirconium, het gemaakt is.

Maar hoewel de implantaten het kraakbeendefect goed dichten, zijn de gevolgen op de lange termijn minder gunstig. De plaatsing van het implantaat leidt in het hele gewricht tot meer kraakbeenschade, met name bij het tegenoverliggende kraakbeen. Dat lijkt te pleiten tegen een implantaat, maar een onbehandeld kraakbeendefect veroorzaakt ook schade. En opvallend genoeg blijkt zelfs de standaardbehandeling (de microfractuurbehandeling) te leiden tot nieuwe kraakbeenschade. Overigens kunnen noch de standaardbehandeling noch een metalen implantaat het ontstaan van artrose voorkomen, maar verminderen ze wel de pijn voor patiënten.

“Bij patiënten moeten we terughoudend zijn met de plaatsing van kleine metalen implantaten”, concludeert Custers. “Het kan op de korte termijn de pijn van een kraakbeendefect verlichten, maar over een langere periode misschien juist de achteruitgang van het gewricht versnellen. We kunnen in elk geval niet zeggen dat het een veilige behandeling zonder bijwerkingen is.”

Ondanks het ontbreken van overtuigend bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van kleine metalen implantaten plaatsen orthopeden ze wel op grote schaal. Wereldwijd zijn al meer dan vijftienduizend implantaten geplaatst.

Kraakbeen zorgt ervoor dat botten in gewrichten zoals de knie en de enkel soepel langs elkaar draaien. Beschadigd kraakbeen leidt op de lange termijn tot artrose, gewrichtsontsteking. De oplossing daarvoor is een knieprothese of ‘kunstknie’. Zo’n knieprothese werkt erg goed maar is na vijftien tot twintig jaar meestal versleten. Omdat de vervanging van zo’n knieprothese erg gecompliceerd is, proberen orthopedisch chirurgen het vervangen van de knie zo lang mogelijk uit te stellen. Het herstellen van kraakbeendefecten vertraagt mogelijk artrose en daarmee de noodzaak voor een kunstknie. Kraakbeendefecten zijn vaak het gevolg van slijtage maar kunnen ook ontstaan door een sportblessure.

Prof. dr. Daniël Saris en dr. Laura Creemers van de afdeling Orthopaedie van het UMC Utrecht begeleidden Roel Custers. Zijn promotoren zijn prof. dr. Wouter Dhert en prof. dr. Ab Verbout.