De strafbaarheid van eerwraak, besnijdenis, polygamie en andere culturele feiten

0
696

Sluit symbolische meisjesbesnijdenis van strafrechtelijke aansprakelijkheid uit en schrap de strafbaarstelling van polygamie uit het wetboek van strafrecht. Dat betoogt mr. W.M. (Wouter) Limborgh in zijn proefschrift “Culturele vrijheid en het strafrecht”.

In dit proefschrift wordt ingegaan op de toelaatbaarheid en strafbaarheid van culturele feiten die onder het bereik van de Nederlandse strafwet vallen. Limborgh promoveert op vrijdag 7 oktober 2011 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Culturele feiten die binnen het geschetste kader toelaatbaar worden bevonden, moeten van strafrechtelijke aansprakelijkheid worden uitgesloten. Limborgh grijpt in dit verband terug op het wederrechtelijkheidsbeginsel, dat verschillende aanknopingspunten biedt voor het van strafrechtelijke aansprakelijkheid uitsluiten van toelaatbare culturele feiten. Op welke manier bij het wederrechtelijkheidsbeginsel moet worden aangesloten, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval.

Uitgaande van bovenstaande, stelt Limborgh onder meer dat in de in het proefschrift aangegeven omstandigheden eerwraak, de in Nederland veel voorkomende vorm van jongensbesnijdenis die ‘periah’ wordt genoemd en de meest ingrijpende vormen van meisjesbesnijdenis (clitoridectomie, excisie en infibulatie) niet toelaatbaar zijn omdat de culturele vrijheid van de plegers niet opweegt tegen de vrijheden van de slachtoffers. De culturele vrijheid van de plegers vormt in deze gevallen geen overtuigende reden om het betreffende culturele feit van strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te sluiten.

Symbolische meisjesbesnijdenis en polygamie zijn in de geschetste omstandigheden wel toelaatbaar en dienen op grond van de culturele vrijheid van de plegers van strafrechtelijke aansprakelijkheid te worden uitgesloten. Limborgh betoogt dat deze uitsluiting wat betreft polygamie moet worden bewerkstelligd door de strafbaarstelling van polygamie (art. 237 Sr) uit het wetboek van strafrecht te schrappen. Symbolische meisjesbesnijdenis dient van strafrechtelijk aansprakelijkheid te worden uitgesloten door de delictsomschrijvingen van art. 300 e.v. Sr restrictief te interpreteren. Symbolische meisjesbesnijdenis kwalificeert dan niet langer als strafbare mishandeling.

Van het proefschrift verschijnt een handelseditie bij Wolf Legal Publishers, ISBN 978-90-5850-678-8

Promotiegegevens
Promovendus: Drs. W.M. Limborgh
Titel proefschrift: Culturele vrijheid en het strafrecht
Promotoren: Prof.mr.dr. W. van der Burg
Co-promotors: Mr.dr. G.J.M. Corstens
Datum: 07 oktober 2011, 09:30 uur
Locatie: Woudestein, senaatszaal
Faculteit: Erasmus School of Law (ESL)