De positie van Polen die vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen

0
803

In de SCP-publicatie ‘Poolse migranten. De positie van Polen die vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen’, onder redactie van dr. J. Dagevos, wordt een beeld gegeven van de positie van Poolse migranten op o.a. onderwijs, taal, werk, wonen, gezondheid en interetnisch contact.

Poolse migranten is grotendeels gebaseerd op nieuw en grootschalig onderzoek onder circa 600 Polen. De onderzoeksgroep bestaat uit personen die zich in de gemeentelijke bevolkingsadministratie hebben ingeschreven en vanaf 2004 in Nederland zijn komen wonen. In dat jaar trad Polen toe tot de EU, waardoor Poolse burgers zich vrij in Nederland konden vestigen. Naar de positie van ingeschreven Polen is weinig onderzoek verricht. Voor dit rapport is samengewerkt met auteurs van de Erasmus Universiteit en ITS-Nijmegen.

Het rapport is geschreven op verzoek van het ministerie van VROM/Directie Wonen, Wijken en Integratie, dat thans onder het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkszaken ressorteert.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Poolse migranten:

– 69% van de Polen heeft werk. Dit aandeel is net zo hoog als onder autochtone Nederlanders. 13% van de Poolse beroepsbevolking is werkloos.

– 51% van de Polen in dit onderzoek geeft aan dat ze over vijf jaar nog in Nederland zullen wonen.

– 22% van de Poolse migranten is laag opgeleid (ten hoogste basisonderwijs), 20% heeft een diploma op HBO/WO-niveau. positie van veel Poolse jongeren is problematisch; laag opgeleid, vaak werkloos

Naar schatting 150.000 Polen in Nederland
Poolse migranten die voornemens zijn korter dan vier maanden in Nederland te verblijven hoeven zich niet in te schrijven in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA). Bevolkingsadministraties geven dus geen volledig beeld van het aantal Polen in dit land. Er zijn diverse schattingen in omloop, die steeds uitkomen op circa 150.000 Polen. Ten minste een kwart van deze groep is vanaf 2004 in Nederland komen wonen en ingeschreven in de GBA. Deze studie heeft betrekking op deze groep.
Een groot deel van deze groep ingeschreven Polen is van plan om langer in Nederland te blijven. Het is een zich vestigende groep, onder meer blijkend uit het feit dat velen hier met hun Poolse partner leven, beschikken over zelfstandige huisvesting en bezig zijn met het leren van de Nederlandse taal.

Poolse mannen komen vanwege werk naar Nederland
80% van de mannen binnen de Poolse onderzoeksgroep is vanwege werk naar Nederland gekomen. Bij de vrouwen geldt dit voor 46%. 20% van de Poolse vrouwen zijn naar Nederland gekomen om met een Nederlandse man te trouwen (Poolse bruiden) en 20% is als volgmigrant (naar Poolse partner of ouder) naar Nederland gekomen.

Velen hebben betaald werk, maar verhoogde kans op werkloosheid
69% van de Polen tussen de 15 en 65 jaar heeft werk. Dit aandeel is vergelijkbaar met autochtone Nederlanders. 13% van de Polen werkloos. Vaak is men werkloos vanwege ontslag of het aflopen van het contract. Poolse werkenden zijn vaak werkzaam in tijdelijke banen en in sectoren waar het aanbod van werk sterk is gebonden aan het seizoen (land- en tuinbouw). Het aandeel Polen in dit onderzoek met een ww-uitkering is tamelijk hoog, maar weinigen hebben een bijstandsuitkering. Dit zou erop kunnen duiden dat Polen vaak kort werkloos zijn. Het is denkbaar dat Polen die voor een langere periode zonder werk zijn, terugkeren naar het herkomstland.

Veel Polen in dit onderzoek gericht op langer verblijf
41% van de Poolse respondenten in dit onderzoek wil niet meer permanent in Polen wonen, 31% wil dat wel en 29% weet het nog niet. De helft van de ondervraagden denkt dat ze over vijf jaar nog in Nederland wonen. Een aanzienlijk deel van de Polen is dus gericht op langer verblijf. Dit blijkt ook uit het feit dat ruim 40% van de Polen die sinds 2000 in Nederland is komen wonen, hier nog steeds woont. Een kleine 60% is inmiddels weer vertrokken. In overgrote meerderheid terug naar Polen.

Vrij veel Polen laag opgeleid, ook aanzienlijk deel met hbo-wo-opleiding
22% van de Polen in dit onderzoek heeft ten hoogste basisonderwijs gevolgd. Bij de autochtonen is dit 7%. 34% van de Polen heeft een opleiding op mbo-, havo- of vwo-niveau en 20% op hbo-/wo-niveau. Zij zijn wel duidelijk hoger opgeleid dan bijvoorbeeld de Turkse en Marokkaanse groep. Het opleidingsniveau van de Polen lijkt nog het meest op dat van de Surinaamse groep.

Sociale en culturele afstand betrekkelijk gering
Polen gaan vaak om met andere Polen, maar ook opvallend vaak met autochtone Nederlanders. De sociale afstand tussen Polen en autochtone Nederlanders is niet groot.
Polen blijken tamelijk geëmancipeerde opvattingen te hebben over de rollen van mannen en vrouwen. Dat Poolse vrouwen werken is vrij algemeen geaccepteerd, iets wat ook te maken heeft met het communistische verleden van dit land.

Polen hebben goede gezondheid
De overgrote meerderheid van de Polen (ca. 90%) geeft aan een goede tot zeer goede gezondheid te hebben. Opvallend is dat dit ook geldt voor Polen in de leeftijd tussen de 45 en 65 jaar. Het aandeel autochtone Nederlanders met een goede ervaren gezondheid is in die leeftijdsgroep aanzienlijk lager (74%). Waarschijnlijk is het zo dat vooral Polen met een goede gezondheid naar Nederland komen. Het is daarnaast ook denkbaar dat Polen met een slechte gezondheid vaker terugkeren naar het herkomstland.

Jongeren vormen problematische groep
Opvallend is dat veel jongeren op diverse terreinen een ongunstige positie innemen. Ze zijn vaak laag opgeleid en hebben naar verhouding een minder goede gezondheid (b.v. vaak te zwaar). Hun werkloosheid is hoog. Ze gaan vooral om met andere Polen en voelen zich in Nederland niet thuis. Ze hebben een onduidelijk toekomstperspectief: een groot deel weet niet of ze in Nederland blijven wonen of terug zullen keren naar Nederland.