De aarde verschiet voortdurend van kleur

0
610

Hogere temperaturen en meer neerslag doen planten sneller groeien. Vanuit de ruimte is dat met satellieten mooi in kaart te brengen door teruggekaatst zonlicht te meten.Planten gebruiken een deel van het zonlicht voor fotosynthese. Infrarood licht wordt teruggekaatst. De hoeveelheid teruggekaatst infrarood is daarmee een maat voor de activiteit van planten.

Het algemene beeld is duidelijk: de planeet wordt groener en de productiviteit van planten neemt toe. Maar dat grove plaatje ziet er in wat meer detail heel anders uit, toont fysisch-geograaf Rogier de Jong van het Laboratorium voor Geo-informatiekunde en remote sensing van Wageningen University.

Hij ontwikkelde nieuw rekentuig om een en ander nauwkeuriger in beeld te krijgen. ‘Het noordelijk halfrond wordt groener, maar delen van het zuidelijk halfrond juist niet.’ Daar neemt de activiteit van planten af. Landdegradatie is een belangrijke oorzaak. Maar ook die trends van verkleuring zijn aan verandering onderhevig en kunnen volgens De Jong zelfs omkeren. Op 15 procent van het aardoppervlak heeft dat volgens zijn berekeningen de afgelopen decennia plaatsgevonden. Verbruining wordt dan vergroening en vice versa.

Late summer stress
Met al dat gluren vanuit de ruimte zijn de veranderingen in plantengroei op aarde steeds beter in kaart te brengen. Maar daarmee heb je nog niks verklaard. ‘Je meet vegetatieactiviteit. Maar wat daaraan ten grondslag ligt, de onderliggende processen, die zijn zeer divers.’

De Jong deed een eerste poging door relaties te leggen met klimaatverandering. Meer dan de helft van de gevonden veranderingen, en dan met name in bosgebieden, bleek te verklaren uit de opwarming van het klimaat.

Opwarming zorgt op het noordelijk halfrond voor een langer groeiseizoen. Maar die verlenging betekent niet dat de plantengroei navenant toeneemt. Dat blijkt volgens De Jong als je de verandering in groei binnen een seizoen in kaart brengt. ‘Binnen een groeiseizoen neemt de zogeheten fotosynthetische intensiteit af. Dat duidt op andere beperkingen aan de groei, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van water of voedingsstoffen. Vooral op het noordelijk halfrond zie je dat aan het einde van het seizoen. Ecologen noemen dat late summer stress.’ | Roelof Kleis