Cashewnoten allergie mogelijk ernstiger dan pinda allergie

0
649

Nederland telt steeds meer (kleine) kinderen met een ernstige allergie voor cashewnoten. Dit probleem is mogelijk zelfs groter dan de al langer bekende pinda allergie. Onderzoekers van Erasmus MC, UMC Groningen en Wageningen Universiteit, gaan onderzoeken hoe vaak deze allergie voorkomt en hoe ernstig de kinderen erop reageren. Bovendien willen ze een innovatieve test ontwikkelen waarmee de allergie sneller en veiliger kan worden aangetoond. Zij ontvangen hiervoor een subsidie van 1 miljoen euro van technologiestichting STW.

Nicolette de Jong, universitair docent bij de sector Allergologie van het Erasmus MC en projectleider van deze studie, is bijzonder verheugd met deze aanzienlijke bijdrage van STW. “Ik maak me al jaren grote zorgen om de ernstige toename van cashewnoten allergie bij kleine kinderen. Deze subsidie en de samenwerking met de collega-onderzoekers stelt ons in staat om eindelijk iets voor deze kinderen en hun ouders te betekenen. Met dit onderzoek brengen we in kaart hoeveel kinderen last hebben van cashewnoten allergie en hoe ernstig hun allergische reacties zijn. In combinatie met de nieuw te ontwikkelen test, zijn we dan in staat om exact aan te geven of een kind allergisch is voor cashewnoten en hoe ernstig de allergische reactie zal zijn. We kunnen kinderen en hun ouders dan veel beter voorlichten over de maatregelen die ze moeten nemen ter voorkoming van een allergische reactie, of over de mogelijke behandeling ervan.”

Ook over de innovatieve test heeft De Jong hoge verwachtingen. Op dit moment is het zo dat kinderen met het vermoeden van een allergische reactie op cashewnoten eerst een huidtest ondergaan met een extract van cashewnoten, of er wordt een laboratoriumtest verricht, waarbij het bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van afweerstoffen tegen eiwitten die in cashewnoten zitten. De volgende stap is dan een test, waarbij de kinderen in minuscuul kleine hoeveelheden cashewnoten krijgen toegediend. Gedurende twee dagen wordt gekeken bij welke hoeveelheid het kind allergisch reageert en hoe ernstig die reactie is. Dit heet de voedselprovocatietest. Bij deze test wordt heel bewust een allergische reactie uitgelokt. Dit is echter niet zonder gevaar, omdat een kind er onverwachts zo ernstig op kan reageren dat dit levensbedreigend kan zijn. Daarom ondergaan kinderen een dergelijke test altijd in het ziekenhuis, zodat meteen kan worden ingegrepen als dat nodig is. Dit is voor het kind en de ouders buitengewoon inspannend en kost veel tijd en geld.

Bij de innovatieve test die de onderzoekers in samenwerking met de Wageningen Universiteit willen ontwikkelen, ondergaat niet langer het kind zelf de allergische reactie, maar wordt de reactie in een reageerbuisje nagebootst met behulp van speciale cellen uit het bloed van het kind. In het laboratorium wordt gekeken hoe de speciale cellen in het bloed reageren op verschillende hoeveelheden eiwitten in cashewnoten waarvoor het kind mogelijk allergisch is. Daarnaast willen de onderzoekers uitvinden op welke eiwitten uit cashewnoten kinderen allergisch kunnen reageren en welke eiwitten dan de meest ernstige reacties veroorzaken. Al deze gegevens moeten uiteindelijk leiden tot een soort overzichtstabel. In de toekomst kunnen artsen deze tabel in combinatie met de test gebruiken om exact te bepalen of een kind allergisch is voor cashewnoten, voor welke eiwitten precies en hoe ernstig een eventuele reactie zal zijn. Dit kunnen zij doen zonder het kind lastig te vallen met sterk belastende en mogelijk levensbedreigende onderzoeken.

Om tot deze nieuwe veiliger test en de overzichtstabel te komen, zullen de onderzoekers 1.600 kinderen bestuderen die deelnemen via Kinderhaven (een dependance van de afdeling Allergologie van Erasmus MC in het Havenziekenhuis), de Reinier de Graaf Groep in Delft en het UMC Groningen. De Jong: “Als we eenmaal de kinderen met cashewnoten allergie op deze wijze kunnen helpen, verwachten we dat de test ook voor andere voedselallergieën ingezet kan gaan worden. Dit kan een belangrijke oplossing betekenen voor de dringende behoefte aan betere diagnostiek van voedselallergieën.”