“Calamiteitenhospitaal klaar voor grote ramp”

0
894

Op zaterdag 27 november is bij het Calamiteitenhospitaal in Utrecht een unieke rampenoefening gehouden. Hierbij werd de opvang gesimuleerd van 100 slachtoffers waarvan een aantal met een onbekende giftige stof besmet was. Voor het eerst werd een speciale ontsmettingstent ingezet. De oefening is succesvol verlopen en de proef met de tent is zeer geslaagd.

Fictieve kettingbotsing
De oefening startte met het tonen van een kort journaal aan de artsen en verpleegkundigen. Zo werd duidelijk dat er een groot ongeval op de A2 had plaatsgevonden waarbij tientallen auto’s betrokken waren. Eén van de auto’s was ontploft waarna er brand was uitgebroken. Bovendien lekte uit een tankauto een onbekende giftige vloeistof. De eerste schattingen liepen uiteen van mogelijk 100 tot wellicht wel 200 gewonden.

Decontaminatie unit
Al snel na het journaal werden de eerste slachtoffers bij het Calamiteitenhospitaal binnengebracht. Om de enorme toestroom van gewonden aan te kunnen werden ambulances van de RAVU, Defensie en het Rode Kruis ingezet. Ook kwamen er mensen met eigen vervoer naar het ziekenhuis. Omdat mensen mogelijk besmet waren met een giftige stof, naar later bleek ging het om ammoniak, werden zij direct bij binnenkomst ontsmet. Dit gebeurde in een speciaal voor deze oefening ingezette tent, de zogenaamde decontaminatie unit. Dankzij deze tent was het Calamiteitenhospitaal in staat om in een kort tijdsbestek zowel mensen die op een brancard werden binnengebracht als zij die nog konden lopen te ontsmetten. Om de artsen en verpleegkundigen te beschermen, droeg het medisch personeel speciale pakken. Professor dr. L.P.H. Leenen, medisch manager van het Calamiteitenhospitaal, was enthousiast over de oefening: “De decontaminatietent was prima en functioneerde beter dan verwacht. De moderne pakken zijn een grote vooruitgang in vergelijking met de oude pakken die we enkele jaren geleden hebben getest.”. Om het proces rondom de tent nog beter te laten verlopen, kan gedacht worden aan de inzet van nog meer personeel. Niet alleen om mensen te behandelen, maar ook om de patiënten te kunnen uitleggen wat er gebeurt in de tent.

Grote oefening
Binnen enkele uren werden ruim 100 gewonden opgevangen in het Calamiteitenhospitaal. Niet eerder werd er op deze schaal geoefend. Dit had een duidelijke meerwaarde: “De omvang van de oefening liet zien dat het grote aantal licht gewonden meer een probleem is dan de zwaar gewonden en zou daarom vaker geoefend moeten worden.”, aldus professor Leenen. De slachtoffers werden vakkundig nagespeeld door Lotus-vrijwilligers waardoor de oefening een hoog realistisch gehalte kreeg. Onder de gewonden waren onder andere mensen met brandwonden, botbreuken en ademhalingsproblemen.


Samenwerking UMC Utrecht en Defensie

Het Calamiteitenhospitaal is het samenwerkingsverband tussen het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) en het Centraal Militair Hospitaal van het Ministerie van Defensie. Zij brengen ieder hun specifieke expertise in en versterken elkaar. Deze oefening heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat Defensie een belangrijke rol kan spelen in de opvang van slachtoffers ter ondersteuning van de civiele autoriteiten. Commandant van het Centraal Militair Hospitaal, kolonel-arts J. de Graaf: “De werkzaamheden van het defensiepersoneel sloten naadloos aan op de inzet van de medewerkers van het UMC Utrecht. Van cultuurverschillen was tijdens de oefening niets te merken. De uitkomst van deze oefening is daarmee een bevestiging van de synergie tussen Defensie en het UMC Utrecht.”.

‘We zijn er klaar voor’
Binnenkort wordt de oefening uitgebreid geëvalueerd. Vast staat in ieder geval al wel dat het Calamiteitenhospitaal in staat is om na een zeer korte voorbereidingstijd een groot aantal patiënten op te vangen. Het is ondenkbaar dat een ramp van deze omvang niet leidt tot een forse verstoring van de reguliere zorgprocessen. Door de inzet van het Calamiteitenhospitaal wordt dit echter goeddeels voorkomen. “Als er morgen een grote ramp gebeurt, zijn we er klaar voor.” aldus professor Leenen.