Blijf oefenen bij artrose

0
748

Patiënten met artrose aan knie of heup krijgen greep op hun ziekte met oefentherapie. Hoe meer ze blijven oefenen, hoe meer pijn en beperkingen verminderen, ook op de lange duur. Operaties zijn niet altijd meer nodig, of uit te stellen, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL waarop Martijn Pisters 15 oktober promoveert aan VUmc.

Artrose aan knie of heup komt veel voor. Naar schatting hebben in Nederland 312.000 mensen knieartrose en 238.000 mensen heupartrose. Op de korte termijn blijkt fysiotherapeutische behandeling met oefentherapie effectief. Oefentherapie verlicht de pijn en vermindert beperkingen bij bijvoorbeeld lopen of fietsen. Maar als de behandeling is afgelopen neemt dat effect weer af, doordat de meeste mensen stoppen met de oefeningen en terugvallen in een inactieve levensstijl. Martijn Pisters onderzocht daarom bij het NIVEL of gedragsgeoriënteerde graded activity (GRADIT) patiënten helpt de oefeningen langer vol te houden.

Lange termijn
Martijn Pisters: “Patiënten met knie- of heupartrose gaan vooruit na zowel de gebruikelijke behandeling als de GRADIT-behandeling. De bottleneck is de therapietrouw. Artrosepatiënten hebben meer profijt van de behandeling als ze na afloop hun oefeningen regelmatig blijven doen en lichamelijk actief blijven. De therapietrouw en lichamelijke activiteit blijken op de lange duur inderdaad aanzienlijk te verbeteren door de GRADIT-behandeling. Bij de patiënten met heupartrose blijkt GRADIT bovendien effectiever dan de gebruikelijke behandeling. Zij ervaren het eerste jaar minder pijn en beperkingen en er zijn op de lange termijn minder snel gewrichtsvervangende operaties nodig.”

GRADIT
Bij gedragsgeoriënteerde graded activity bekijken patiënten samen met de fysiotherapeut welke activiteiten ze het belangrijkste vinden, en bij welke ze het meeste last hebben. Vervolgens kiezen ze er drie uit, bijvoorbeeld lopen, fietsen en tuinieren, waarvan de intensiteit stapsgewijs wordt opgevoerd. Bijvoorbeeld elke dag een minuut meer wandelen, onafhankelijk van de hoeveelheid pijn. Daarnaast krijgen patiënten oefeningen om de spierkracht en gewrichtsmobiliteit te verbeteren. Ze krijgen een grote eigen verantwoordelijkheid en de fysiotherapeut treedt op als ‘coach’. Hij beloont actief gedrag met complimenten en aanmoedigingen en probeert ongewenst gedrag, zoals richten op pijn en daarover klagen, ‘uit te doven’ door het te negeren. Na afloop van de behandeling komen de patiënten nog vijf tot zeven keer terug bij de fysiotherapeut.

Vijf jaar
De onderzoekers volgden vijf jaar lang twee groepen patiënten met artrose aan heup of knie. De ene groep kreeg de conventionele behandeling met oefentherapie volgens de richtlijn van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, de andere groep de GRADIT-behandeling. Op verschillende momenten in die vijf jaar werden pijn en lichamelijk functioneren gemeten en is gekeken naar het aantal gewrichtsvervangende chirurgische ingrepen.

Het onderzoek is uitgevoerd met subsidie van het Reumafonds.