Biomerker voorspelt reactie op kankerbehandeling

0
717

Diether Lambrechts, onderzoeker bij het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en verbonden aan de KU Leuven, heeft een biomerker ontdekt waarmee hij kan voorspellen welke patiënten meer baat kunnen hebben bij een behandeling met het kankergeneesmiddel bevacizumab (Avastin). De ontdekking kan een belangrijke stap zijn in de richting van gepersonaliseerde geneeskunde voor dit geneesmiddel.

Diether Lambrechts: “We hebben twee grote internationale klinische studie uitgevoerd in vergevorderde pancreas- en nier-kankerpatiënten. We ontdekten een variant in het DNA van patiënten die niet goed reageerden op de voorgeschreven behandeling met bevacizumab. Verder onderzoek in het lab toonde aan dat deze biomerker zorgt voor een verhoogde aanmaak van een bepaald eiwit, waarvan we vermoeden dat het de werking van bevacizumab in deze patiënten neutraliseert. Als deze resultaten klinisch gevalideerd kunnen worden, kunnen we deze merker misschien gebruiken om patiënten die baat hebben te onderscheidenen van patiënten die geen baat hebben van dit geneesmiddel en deze laatsten een onnodige therapie met mogelijke bijwerkingen besparen.”

Biomerkers voor doelgerichte behandelingen
Oncologen streven ernaar kankers doelgericht te behandelen. Iedere kanker wordt immers gekenmerkt wordt door een specifieke set van eiwitten die verantwoordelijk is voor het abnormale gedrag van de tumor. Therapien die deze set van eiwitten doelgericht blokkeren kunnen de overleving van kankerpatienten aanzienlijk verlengen, op voorwaarde dat de juiste patiënt met de juiste therapie behandeld wordt. Immers, kankers die een andere specifieke set eiwitten bevatten zullen niet beantwoorden op een bepaalde doelgerichte therapie. Daarom is het zeer belangrijk om biomerkers voor alle doelgerichte therapien te ontwikkelen.

Een antilichaam als kankermedicijn
Eric Van Cutsem (UZ Leuven): “Bevacizumab is ook een doelgerichte therapie, maar een biomerker voor bevacizumab bestaat er vooralsnog niet. In de klinische praktijk krijgen patiënten met een vergevorderd stadium van darm-, nier-, long- en borstkanker het monoklonaal antilichaam bevacizumab toch reeds toegediend, bovenop de klassieke (chemo)therapie. Bevacizumab neutraliseert de wildgroei van bloedvaten die aangemaakt worden door de tumor om agressief te kunnen groeien. Momenteel lopen er studies die nagaan of bevacizumab ook voor de behandeling van andere kankers kan worden ingeschakeld.”

Verschillend DNA
Diether Lambrechts en Bart Claes (VIB/KU Leuven) onderzochten daarom bloedstalen van kankerpatiënten uit 2 klinische studies, waarin patiënten naast een standaardbehandeling een bijkomende behandeling kregen met hetzij bevacizumab, hetzij een placebo. Vervolgens speurden ze naar genetische variaties in het DNA die specifiek konden voorspellen hoe lang patiënten overleefden in de bevacizumab behandelde groep, maar niet in de placebo groep. Zo kwamen ze een variatie op het spoor die een voorspellende waarde heeft voor de behandeling met bevacizumab. Deze vindingen zijn een mooi resultaat van de geleverde inspanningen in de zoektocht naar een biomerker voor bevacizumab.

Verder onderzoek noodzakelijk
De resultaten van dit onderzoek zijn vergevorderd, maar nog niet definitief. Bijkomende studies moeten de bevindingen nog verder valideren. Maar het is alvast een veelbelovende aanzet naar een gepersonaliseerd gebruik van dit geneesmiddel.