Bezuinigen op kinderopvang leidt tot uitstellen eerste kind

Een hogere bijdrage voor de kinderopvang zal ertoe leiden dat de gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen hun eerste kind krijgen nog verder stijgt. En dat terwijl Nederland wereldwijd nu al koploper is. Dit blijkt uit een wetenschappelijke studie van NWO-onderzoeker Melinda Mills.

Laat kinderen krijgen leidt tot meer complicaties tijdens zwangerschap en bevalling. Het leidt ook tot meer gevallen van borstkanker. Overheden zien de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen daarom graag dalen. Melinda Mills, hoogleraar sociologie aan de universiteit Groningen, deed onderzoek naar het effect van beleidsmaatregelen die overheden nemen om vrouwen te stimuleren jonger kinderen te krijgen. Ze vergeleek het beleid van verschillende Europese landen, de VS en Japan. Haar conclusie is dat het aanbieden van betaalbare, kwalitatief goede kinderopvang, beschikbaar en bereikbaar voor iedereen, de enige beleidsmaatregel is die resulteert in een daling van de leeftijd waarop vrouwen voor het eerst zwanger raken.

‘In Noorwegen bijvoorbeeld heeft dit beleid gewerkt’, aldus Mills. ‘De overheid in dat land heeft ervoor gezorgd dat er goede en toegankelijke kinderopvang is voor ouders uit alle inkomensgroepen. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen is in Noorwegen daardoor lager dan in andere landen. We zien dit effect ook in andere landen.’

Duurdere kinderopvang heeft juist het tegenovergestelde effect, stelt Mills. Ouders zullen hierdoor nog langer wachten met het krijgen van kinderen. De hoge kosten voor de crèche en de onduidelijkheid en onzekerheid over hoe deze maatregelen hun treffen, werken drempelverhogend. Mills verwacht dat dit in Nederland gaat gebeuren nu minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangekondigd dat ouders vanaf 2012 meer moeten bijdragen aan de kosten voor kinderopvang. ‘De overheid denkt te bezuinigen door ouders meer zelf te laten betalen voor de kinderopvang. Maar die bezuinigingen worden teniet gedaan door de hoge medische kosten die het uitstellen van kinderen met zich meebrengt’, voorspelt Mills.

In alle Europese landen en in de VS en Japan is de leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen de afgelopen decennia fors gestegen. In Nederland was deze gemiddelde leeftijd in 1970 vijfentwintig jaar. Nu krijgen Nederlandse vrouwen gemiddeld rond hun dertigste hun eerste baby. Nederland is daarmee koploper in de wereld. Nergens anders zijn vrouwen gemiddeld zo oud als ze hun eerste kind baren. Hogeropgeleide vrouwen zijn gemiddeld 34 als ze hun eerste kind krijgen. Belangrijkste redenen voor het uitstellen van kinderen zijn studie en carrière.

Uit de studie van Mills blijkt dat slechts weinig maatregelen die overheden nemen effect sorteren. Een eenmalige toelage bij de geboorte van een kind bijvoorbeeld, zoals in Israël of Canada gebeurde, maakt op de lange termijn geen verschil.

Mills ontdekte in haar onderzoek ook dat vrouwen hun vruchtbaarheid overschatten. ‘Veel vrouwen, ook in Nederland, denken dat ze boven hun veertigste nog aan kinderen kunnen beginnen. De realiteit is dat de kans op een zwangerschap rond die leeftijd nog maar gering is.’

Mills doet onderzoek met een Vidi-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De Vidi-financiering van 800.000 euro is bedoeld voor ervaren onderzoekers met vernieuwende ideeën en geldt als een belangrijke stap in een wetenschappelijke carrière.