Beweging plannen is te trainen

Jongeren met cerebrale parese, een stoornis als gevolg van hersenbeschadiging, hebben niet alleen moeite met het uitvoeren van bewegingen, maar ook met het vooruit plannen ervan. NWO-onderzoeker Céline Crajé onderzocht mogelijkheden om planning te verbeteren door bewegingen in te beelden. Veelvuldig trainen en mentaal trainen, zijn volgens haar veelbelovende behandelingen. Crajé promoveerde op 14 januari aan de Radboud Universiteit.

Cerebrale parese (CP) is de meest voorkomende oorzaak van ernstige handicaps bij kinderen. Ongeveer twee op de duizend baby’s lopen deze hersenbeschadiging vlak voor, tijdens, of vlak na de bevalling op. Crajé richtte zich in haar onderzoek in het bijzonder op patiënten met hemiplegie, een vorm van CP waarbij voornamelijk één zijde van het lichaam problemen heeft met motorische controle. Die beperkte motorische controle is echter niet alleen het gevolg van fysieke beperkingen, zoals spasticiteit van spieren, maar ook van mentale processen die de beweging aansturen. Volgens Crajé kan de patiënt dit mentale proces versterken om beweging te vergemakkelijken.

Vooruit plannen
Bij het pakken van een hamer, bedenk je over het algemeen van te voren hoe je deze hamer uiteindelijk zal gebruiken. Wil je met de hamer een spijker in de muur slaan, dan moet je de hamer stevig vastpakken, met het juiste uiteinde naar boven. Maar soms betekent dat, dat je de hamer aanvankelijk heel onhandig vast moet pakken, om hem uiteindelijk in de juiste positie te krijgen. Mensen plannen zo’n beweging moeiteloos en onbewust.

Uit het onderzoek van Crajé blijkt dat kinderen met CP moeite hebben met het cognitieve proces van het plannen van bewegingen met de hand aan de ‘goede’ kant van hun lichaam. Waar normaal ontwikkelende kinderen bewegingen vooruit plannen, doen kinderen met CP dat stap voor stap. Zij pakken een hamer zo vast dat de eerste greep gemakkelijk is: als de kop van een hamer naar je toe ligt, pak je die als eerste vast. Dat is immers de makkelijkste beweging. Maar om er uiteindelijk mee te slaan, moet de hamer gedraaid worden, en zover plannen die kinderen blijkbaar niet vooruit.

Denken aan beweging
Om het plannen van bewegingen makkelijker te maken, liet Crajé een aantal van haar proefpersonen oefenen met het inbeelden van bewegingen. Door te trainen werden hun bewegingen sneller. Daarnaast onderzocht zij de mogelijkheden van therapie waarbij mechanisme voor bewegingsplanning in het brein getraind wordt. Uit het feit dat de kinderen niet vooruit plannen, blijkt immers dat daar een kink in de kabel zit. Volgens Crajé zou het inbeelden van bewegingen ook voor patiënten met CP een goede therapie zijn om planning en beweging te verbeteren.

Het onderzoek van Céline Crajé werd gedeeltelijk gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.