Beroepsgeheim biedt ruimte bij concreet gevaar

0
736

Artsen mogen concrete gevaren die uitgaan van patiënten melden. Een versoepeling van het beroepsgeheim is daarvoor niet nodig en onwenselijk. Dit zou leiden tot een toenemend aantal ‘zorgwekkende zorgmijders’ en patiënten die niet meer vrijuit durven spreken bij de arts. Dit zijn veel grotere risico’s voor de samenleving.

Donderdag 29 september 2011 presenteren de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hun rapporten over het schietincident in Alphen aan den Rijn. Het beroepsgeheim van artsen komt hierin aan de orde. De KNMG noemt de vaker gehoorde behoefte om het beroepsgeheim te beperken een invoelbare reflex, zeker na een vreselijk incident als de schietpartij in Alphen aan den Rijn. Maar de artsenfederatie stelt dat een (gedeeltelijke) opheffing of versoepeling tot veel grotere risico’s voor de samenleving leidt. De KNMG ziet evenmin aanleiding met andere organisaties te overleggen over hoe artsen moeten handelen bij ‘(voorgenomen) wapenbezit … en mogelijk gevaar voor derden’, zoals de Onderzoeksraad aanbeveelt. De bestaande richtlijnen zijn duidelijk en een arts is geen politieagent.

Schijnveiligheid
Met het beperken van het beroepsgeheim wil men misdrijven als die in Alphen aan den Rijn voorkómen, maar een dergelijke versoepeling creëert slechts schijnveiligheid. Want als mensen niet meer op geheimhouding door hun arts kunnen rekenen, zal een deel de zorg gaan mijden of bepaalde zaken niet meer vrijuit met de arts durven bespreken. Dit laatste geldt nog meer als artsen, zoals de Inspectie voor de Gezondheidszorg wil, in het medisch dossier van de patiënt regelmatig verslag moeten doen van allerlei ‘risicotaxaties’. Daarmee krijgt het dossier een heel andere en ongewenste functie.

Zorgmijders
Op de korte én lange termijn betekenen deze voorstellen dan ook een veel grotere bedreiging voor de maatschappelijke veiligheid. Artsen kunnen gevaren die van deze mensen kunnen uitgaan dan niet tijdig signaleren en via behandeling aanpakken. Hiermee nemen de risico’s voor de samenleving juist toe, met name als psychiatrische patiënten van noodzakelijke psychiatrische hulp (en medicatie) verstoken blijven. Kortom, het aantal ‘zorgwekkende zorgmijders’ en patiënten die niet goed worden geholpen kan daardoor flink oplopen.

Bij dreiging spreken
Nu al mag een arts bij bepaalde reële dreigingen het beroepsgeheim doorbreken om ernstig gevaar af te wenden. Dit speelt bijvoorbeeld als een hulpverlener in een conflict van plichten komt wanneer een patiënt aankondigt een persoon te gaan vermoorden. Van een dergelijke reële dreiging is geen sprake wanneer een patiënt ‘mogelijk een gevaar voor derden’ vormt, zoals de Onderzoeksraad stelt.

Als de arts door een melding aan politie (mogelijk) kan voorkomen dat er slachtoffers vallen, mag hij zijn beroepsgeheim schenden. Dan bestaat er ook een zorgplicht jegens het potentiële slachtoffer. Hiervoor is geen wijziging van het beroepsgeheim nodig.

Professionele afweging
Het is belangrijk dat artsen de ruimte houden om per patiënt een professionele afweging te maken of de patiënt een onaanvaardbaar risico voor anderen vormt.

Het medisch dossier heeft tot doel de kwaliteit en continuïteit van zorg te waarborgen, en is niet bedoeld als vehikel voor maatschappelijke risicotaxaties. De huidige discussie over het beroepsgeheim maakt artsen mogelijk nog bewuster van de noodzaak af te wegen of zij het geheim van de patiënt bewaren of juist spreken om gevaar voor anderen te voorkomen. De KNMG geeft artsen hiervoor handvatten in de Handreiking Beroepsgeheim en justitie/politie. Zij kunnen met dilemma’s ook terecht bij de KNMG Artseninfolijn, waar onder meer kennis aanwezig is over de wijze waarop de (tucht)rechter in concrete zaken toetst of een arts zich terecht op zijn zwijgplicht heeft beroepen.

Meer infoermatie
Factsheet beroepsgeheim en strafrecht (pdf)
KNMG-handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie
Webdossier beroepsgeheim