Behandeling HIV kan ook succesvol in Afrika

    0
    569

    Ook op het platteland van Zuid-Afrika zijn mensen met hiv succesvol te behandelen met antiretrovirale therapie. Dat concludeert internist-infectioloog Roos Barth van het UMC Utrecht in haar proefschrift. Zij analyseerde ruim achthonderd patiënten in een plattelandskliniek. Barth promoveert op 27 mei.

    Barth onderzocht de effectiviteit van een behandelprogramma van het Ndlovu Medisch Centrum in Zuid-Afrika. De kliniek ligt in Elandsdoorn, een plattelandsgebied ten noordoosten van Johannesburg en Pretoria. In het programma krijgen hiv-patiënten niet alleen goede medicatie voorgeschreven (HAART, highly active anti-retroviral therapy) maar houden artsen via bloedonderzoek ook in de gaten hoe goed de behandeling aanslaat. Daarnaast krijgen patiënten advies (‘counselling’) over hun ziekte. Het programma onderscheidt zich daarmee van andere initiatieven waarbij de patiënten vaak alleen medicatie ontvangen.

    Na vijf jaar blijkt de behandeling goed aan te slaan, concludeert Barth na analyse van ongeveer zevenhonderd volwassenen en honderd kinderen. De resultaten zijn vergelijkbaar met in westerse landen behaalde resultaten. Patiënten maken het relatief goed en hun gewicht neemt toe. Verder is de virusconcentratie in hun bloed laag en blijven immuuncellen op peil. Wel overlijdt een op de vijf patiënten binnen drie maanden na aanvang van de behandeling. Waarschijnlijk doordat patiënten zich vaak pas zeer laat melden, waardoor de ziekte al te ver gevorderd is.

    Bij vijftien procent van de volwassenen en veertig procent van de kinderen werkt de therapie niet goed en vermenigvuldigt het virus zich toch. Door de continue monitoring worden deze patiënten in het Ndlovu Medisch Centrum snel opgespoord waarna ze kunnen overstappen op andere, tweedelijns medicatie. Dat is belangrijk om ophoping van resistentie te voorkomen waarbij het virus minder gevoelig wordt voor de standaardmedicijnen.

    “Het onderzoek laat zien dat je hiv inderdaad ook op het platteland in Zuid-Afrika goed kunt behandelen”, stelt Barth. “Maar je moet het goed doen, of niet. Alleen medicijnen voorschrijven is niet voldoende. Je moet monitoren of de therapie het virus inderdaad onder controle heeft. Want patiënten die doorgaan met medicijnen terwijl het virus doorgebroken is reageren uiteindelijk ook slechter op tweedelijnsmedicatie. De frequente laboratorium monitoring maakt ons onderzoek uniek.”

    In Zuid-Afrika is ongeveer achttien procent van de bevolking hiv-positief. Wereldwijd zijn zo’n 33 miljoen mensen besmet met hiv, daar komen jaarlijks 2,5 miljoen bij. Tweederde van alle hiv-patiënten woont in sub-Sahara Afrika. Minder dan de helft van hiv-positieven in niet-westerse landen krijgt accurate therapie.

    Het Ndlovu Medisch Centrum is opgezet door tropenarts Hugo Tempelman, een van de promotoren van Barth. Tempelman is visiting professor aan de Universiteit Utrecht op het gebied van ‘Education and Health Care in Resource-Poor settings’ en kreeg vorig jaar de prestigieuze Martin Buber-Plaquette 2009 uitgereikt.