Autoimmuunziekte vergroot kans beroerte

    0
    609

    Een bloedmarker van een autoimmuunziekte die vooral bij vrouwen onder de vijftig voorkomt vergroot de kans op een beroerte met een factor veertig. Onderzoekers van het UMC Utrecht en het Leiden UMC concluderen dat in het tijdschrift Lancet Neurology van november.

    Ze vinden dat vrouwen met een beroerte gescreend moeten worden op deze bloedmarker. Vrouwen kunnen dan intensiever behandeld worden om herhaling te voorkomen. Het gaat om een bloedmarker van het antifosfolipiden-syndroom, een autoimmuunziekte die voornamelijk bij vrouwen voorkomt. Patiënten met dit syndroom hebben trombose gehad en hebben zogenaamde antifosfolipiden-antilichamen in het bloed. Deze antilichamen binden aan celmembranen en beïnvloeden op die manier onder meer de bloedstolling. Hoewel het syndroom zeldzaam is, heeft ongeveer 1 procent van de mensen antifosfolipiden antilichamen in het bloed.

    Het onderzoek werd uitgevoerd onder 175 vrouwen met een beroerte, 203 met een hartaanval en 628 gezonde vrouwen, allemaal jonger dan vijftig jaar. De onderzoekers analyseerden vragenlijsten over leefstijl. Op die manier kregen ze inzicht in risicofactoren voor trombose zoals bijvoorbeeld roken en pilgebruik. De aanwezigheid van antifosfolipiden-antilichamen stelden ze via bloedonderzoek vast.

    Het blijkt dat de antilichamen voorkomen bij 30 vrouwen met een beroerte, bij 6 met een hartaanval en bij 4 van de gezonde deelnemers. Hieruit volgt dat de antilichamen de kans op een beroerte ruim veertig keer verhogen. Het risico op een beroerte is nog veel hoger als vrouwen met deze antilichamen roken of de anticonceptiepil gebruiken. Opgeteld vergroot dat de kans met een factor tweehonderd.

    Op basis van de bevindingen raden de onderzoekers aan om vrouwen met een beroerte standaard te onderzoeken op aanwezigheid van de autoimmuunziekte. Als ze de ziekte hebben is de kans groot dat ze weer een beroerte of hartinfarct zullen krijgen. Ze kunnen dan preventief intensiever behandeld worden met middelen die de bloedstolling verminderen.

    Hoofdonderzoeker prof. dr. Philip de Groot van de afdeling Klinische Chemie en hematologie van het UMC Utrecht: “De aanwezigheid van het antifosfolipiden-syndroom bij jonge vrouwen met een beroerte is niet zomaar een risicofactor. Het is de enige risicofactor die mogelijk leidt tot een andere behandeling. Dat maakt onze publicatie bijzonder.”

    Screenen op aanwezigheid van het antifosfolipiden-syndroom bij vrouwen onder de vijftig zonder beroerte is niet nuttig omdat het absolute risico op een beroerte bij deze vrouwen nog steeds laag is. Het absolute risico op een beroerte bij jonge vrouwen is 0,3 per 1000 persoonsjaren. Het betekent dat ieder jaar 3 per 10000 vrouwen een beroerte krijgen.

    Het artikel in Lancet Neurology is al online gepubliceerd.