Artsen: kindermishandeling bij meldplicht vaker buiten beeld

0
546

Na KNMG en LHV uitten vorige week woensdag, 26 januari 2011, ook de verenigingen van kinderartsen, jeugdartsen en vertrouwensartsen inzake kindermishandeling aan de staatssecretaris van VWS hun grote zorg over de mogelijke invoering van een meldplicht voor zorgprofessionals bij vermoedens van kindermishandeling. Verwacht wordt dat hierover woensdag 2 februari in de Tweede Kamer zal worden gedebatteerd.

De NVK, de AJN en de VVAK vinden een meldplicht onder meer onwenselijk vanwege het gevaar dat ouders zorg gaan mijden. Kindermishandeling zal vaker buiten beeld blijven. Ook dreigt het gevaar dat door een toename van het aantal meldingen ernstige situaties minder snel opvallen, waardoor ze mogelijk te laat worden opgepakt. De drie verenigingen stellen ook dat bij een meldplicht zorgvuldig overleg met collega’s over het gesignaleerde en een gesprek met ouders om hen te motiveren vrijwillig hulp te zoeken wordt overgeslagen. ‘Een meldplicht ontneemt de professional de eigen verantwoordelijkheid die juist zo belangrijk is’ .
Equiperen van professionals biedt soelaas

In hun brief pleiten de drie verenigingen voor een verplichte meldcode en het opleiden van zorgprofessionals. Met de KNMG denken zij dat via deze weg artsen beter in staat zullen zijn kindermishandeling te herkennen en situaties in te schatten. ‘ Wij zijn er van overtuigd dat het goed equiperen van professionals daadwerkelijk soelaas biedt in de strijd tegen kindermishandeling, terwijl een meldplicht daar alleen maar afbreuk aan zal doen.’

Vorig artikelASICS Running LAB in Amsterdam
Volgend artikelVeilig werken op hoogte
Avatar
De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) is de organisatie van en voor artsen in Nederland en is de enige koepelorganisatie die namens alle artsen in Nederland kan spreken. Het doel van de KNMG is het bevorderen van de kwaliteit van de volksgezondheid in Nederland. Dit doel geeft de KNMG vorm door het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en de opleiding, door het borgen van de vertrouwensrelatie tussen patiënt en arts, en door artsen te stimuleren verantwoording af te leggen voor hun handelen. Dit alles binnen het professionele kader dat voor de beroepsgroep geldt.