Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later

0
812

Hoe verlopen de langetermijneffecten van het opgroeien in armoede? Wordt armoede van generatie op generatie overgedragen en welke factoren spelen een rol in deze overdracht? Hebben arme kinderen een grotere kans om sociaal uitgesloten te raken?

Onderstaand staan enkele conclusies uit de SCP-publicatie ‘Voorbestemd tot achterstand? Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later’. Dit rapport is verschenen op 30 augustus 2011 en op die dag aangeboden aan de staatssecretaris van SZW. In dit rapport onderzoekt dr. Maurice Guiaux de langetermijngevolgen van het opgroeien in armoede.

– Mensen die 25 jaar geleden als kind arm waren, zijn dat nu als volwassene meestal niet. Van de 0-17-jarigen die in 1985 in een arm gezin woonden, zit nu 93% boven de armoedegrens.

– Armoede in de kindertijd verhoogt echter wel de kans op armoede als volwassene. Die is bijna twee maal zo hoog (7%) als bij niet-arme kinderen (4%).

– De kans op armoede als volwassene is groter wanneer kinderen langdurig arm waren (15%) en wanneer de armoede ze op jongere leeftijd overkwam (8%)

– De arme kinderen van 1985 hadden in de daaropvolgende 25 jaar meer materiële tekorten en een lagere sociale participatie.

– Arme kinderen kenden gemiddeld ook meer achterstanden op het gebied van opleiding, werk en gezondheid. Deze tekorten vergroten op hun beurt de kans dat ze nu als volwassene arm zijn.

– Opleiding speelt in het proces een sleutelrol.

Dit is de derde publicatie die voortkomt uit het onderzoeksproject Armoede en Sociale Uitsluiting bij Kinderen. Het SCP voert het project uit op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het voormalige ministerie van Jeugd en Gezin.

Unieke gegevens
In mondelinge interviews hebben we met 996 mensen van 32 tot 36 jaar teruggekeken naar de afgelopen 25 jaar van hun leven. Daarbij werd niet alleen gevraagd naar het voorkomen van sociale uitsluiting, maar ook naar mogelijke verklaringen: de thuissituatie in hun jeugd, de opvoeding, gezondheid, opleiding, arbeidsmarktpositie, enzovoorts. Het unieke van dit onderzoek is dat we deze subjectieve informatie hebben kunnen koppelen aan objectieve gegevens over dezelfde kinderen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hierdoor konden we ook vaststellen of de respondenten die in het verleden als kind arm waren, dat nu als volwassene ook zijn.

Meeste kinderen niet tot armoede voorbestemd….
De overgrote meerderheid van de arme kinderen (93%) is later als volwassene niet arm. Van de 0-17-jarigen die in 1985 arm waren, bleek in 2008 slechts 7% arm te zijn. Dit sluit aan op eerder onderzoek van SCP en CBS. Daaruit bleek dat er ieder jaar veel ‘mobiliteit’ in en uit armoede is. Rond de 2% van de bevolking leeft gedurende een periode langer dan drie jaar in armoede. Er is dus geen sprake van een massale ‘armoedecultuur’, waaraan kinderen nooit meer zouden kunnen ontsnappen.

…. maar een arme jeugd vergroot wel de kans om later arm te zijn…
Van de 0-17-jarigen die in 1985 nìet arm waren, was in 2008 een veel kleiner deel arm (4%). Het risico voor arme kinderen om op volwassen leeftijd arm te zijn is daarmee bijna twee keer zo groot.

…. zeker als de armoede langer duurde
Mensen die als kind in de twee beschikbare meetjaren (1985 èn 1989) arm waren, zijn als volwassene vaker arm dan degenen die uitsluitend in 1985 onder de armoedegrens zaten. Van de langdurig arme kinderen is 15% ook als volwassene arm. Van de arme kinderen die in 1985 jonger dan acht jaar waren, is 8% ook als volwassene arm.

Opgroeien in armoede gaat vooral samen met materiële tekorten en minder sociale participatie…
De arme kinderen uit 1985 hebben in hun leven vaker te maken gehad met twee vormen van sociale uitsluiting: materiële tekorten en achterblijvende sociale participatie. Thuis was er weinig geld, men ging niet op vakantie , en het kind had geen eigen slaapkamer, fiets of geschikte sportkleding. Arme kinderen waren ook minder vaak lid van een sport- of vrijetijdsvereniging en speelden minder vaak bij klasgenootjes.

… maar niet met minder normatieve integratie
Op 13-18-jarige leeftijd spijbelden de arme kinderen uit 1985 niet vaker van school. Ze hebben ook niet vaker iets gestolen, vernield of op straat in brandgestoken dan hun welvarender leeftijdsgenoten.

… of een minder veilige opvoedingsituatie en woonomgeving
Ook op volwassen leeftijd waren er op deze gebieden nauwelijks verschillen. Alleen wie als kind langdurig arm was, had als volwassene gemiddeld een grotere kans in een onveilige buurt te wonen of minder vaak hulp te krijgen van een instantie bij werk of financiële problemen.

Gebrek aan opleiding speelt sleutelrol bij armoede en sociale uitsluiting
Arme kinderen komen gemiddeld op een lager opleidingsniveau uit dan niet-arme kinderen. Zij hebben daardoor minder vaak een vaste baan en een grotere kans om op volwassen leeftijd afhankelijk te zijn van een uitkering. Die drie factoren leiden tot een wat grotere kans op armoede en sociale uitsluiting bij volwassenen.

De sleutelrol van de opleiding begint al bij de vader: naarmate hij een lagere opleiding had gevolgd, is de kans op armoede groter. Van de factoren die het lagere opleidingspeil van arme kinderen verklaren, heeft de opleiding van de vader de grootste invloed. Verder is er een verband met sociale participatie en gezondheid: arme kinderen scoren op beide aspecten lager, en dat werkt door in een lager opleidingsniveau.

Beleidsmatige aandacht blijft gewenst
Armoede in de jeugd leidt meestal niet tot armoede en sociale uitsluiting op latere leeftijd. Vooral onderwijs, maar ook werk, gezondheid en sociale participatie zijn in dit onderzoek naar voren gekomen als belangrijke schakels in het proces. Toch blijft het wenselijk in het beleid aandacht te besteden aan armoede bij kinderen. Bij de beperkte groep kinderen die er op latere leeftijd ook door getroffen wordt, is immers sprake van een structureel probleem. Het gaat dan vooral om de langdurig arme en de jongste arme kinderen.

SCP-publicatie 2011/23, Voorbestemd tot achterstand? Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later. Maurice Guiaux m.m.v. Annette Roest, Jurjen Iedema, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, augustus 2011, ISBN 978 90 377 0577 5, prijs € 16,75. De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen via de website: www.scp.nl.