Apneu wordt onvoldoend herkend door huisartsen

’s Nachts tijdens het slapen meer dan vijf keer per uur stoppen met ademhalen is een zeer ongezonde gewoonte en is kenmerkend voor slaapapneu. Onvoldoende diepe slaap leidt tot gebrek aan energie en stemmingswisselingen en daarmee naar arbeidsongeschiktheid. De verschijnselen worden vaak verward met depressie of burn-out. Gebrek aan voldoende zuurstof bij onbehandeld apneu geeft een sterk verhoogd risico op hoge bloeddruk, CVA, obesitas, hart -en vaatziekten, diabetes en glaucoom.

Toch is in Nederland sprake van een sterke onderdiagnose als het gaat om slaapapneu. Uitgaande van internationaal gehanteerde cijfers (Young 1993) moeten er in Nederland 315.000 patiënten zijn. Er worden slechts 55.000 patiënten behandeld. Uit eerder onderzoek van de ApneuVereniging blijkt enerzijds dat klachten niet altijd aanleiding zijn voor een doktersbezoek en anderzijds dat een groot aantal patiënten jarenlang met onbegrepen klachten rondloopt. Reden voor onderzoek naar de kennis, houding en gedrag ten aanzien van slaapapneu en de diagnostisering hiervan onder huisartsen.

Gemiddeld schatten artsen op basis van hun aantallen patiënten in risicogroepen dat ze 54 slaapapneupatiënten in hun praktijk hebben. In werkelijkheid zegt men gemiddeld echter slechts 17 gediagnosticeerde patiënten te hebben. Als we per arts zijn verwachte aantal afzetten tegen het werkelijke aantal slaapapneupatiënten, dat hij in de praktijk zegt te hebben, zien we dat 89% van de artsen minder gediagnosticeerde patiënten heeft dan hij op basis van de aantallen risicopatiënten zou verwachten. Daarbij moet bedacht worden dat de inschattingen van artsen over het algemeen nog een stuk lager zijn dan de werkelijke prevalentiecijfers. Oftewel: veel patiënten zullen last hebben van slaapapneu, maar daar niet voor gediagnosticeerd zijn en dus niet worden behandeld.

Bijna alle huisartsen vinden de gevolgen van slaapapneu zorgwekkend. Dit wijst er op dat vrijwel alle artsen het als een serieuze aandoening zien. Daarnaast vindt een grote groep huisartsen het groeiende aantal apneupatiënten zorgwekkend. Artsen die zeggen zeer goed bekend te zijn met apneu vinden dit vaker dan artsen die zeggen hier minder goed bekend mee te zijn. 60% van de huisartsen ziet slaapapneu als een ernstige aandoening, waarvoor veel aandacht moet zijn. Op basis van deze cijfers mag worden verwacht dat de meeste artsen open staan voor verbeteringen op het gebied van diagnose en behandeling van slaapapneu.

De gevolgen van slaapapneu voor de gezondheid zijn groot: mensen hebben te hoge bloeddruk, vallen van vermoeidheid in passieve situaties overdag in slaap, worden steeds dikker, hebben een ‘kort lontje’, concentratieproblemen, burn-out achtige verschijnselen of zelfs depressieve klachten. Al met al: het is ook slecht voor de relatie en de gezinssituatie èn slecht voor de prestaties op het werk. Terwijl dit niet nodig is, want een patiënt die wordt behandeld, kan al vrij snel weer volop meedraaien en bovengenoemde problemen kwijtraken. De behandeling bestaat uit het slapen met een luchtpomp, waardoor de keel niet meer dichtvalt, of -voor lichtere apneuverschijnselen- een beugel, die ervoor zorgt dat de tong minder naar achteren zakt. Als dit een tijd wordt gebruikt en de hormoonbalans weer enigszins normaliseert, kan aan de weg terug worden gewerkt door naast therapietrouw , ook veel te gaan bewegen en gezond te gaan eten.