Angst voor injectienaalden goed te behandelen

Meer dan 20% van de diabetespatiënten type 1 is bang voor injectienaalden. Daarom stellen zij vaak hun noodzakelijke behandeling uit. Met alle risico’s van dien. Een diabetespatiënt die regelmatig een behandeling uitstelt loopt een verhoogde kans op blindheid, nierfalen, hartfalen of andere ernstige complicaties.

DiabetesFotocredits: Jill Brown (cc)

“Nergens voor nodig”, aldus Ger Keijsers, hoogleraar Psychologische Behandelingen aan de Universiteit van Maastricht en cognitief gedragstherapeut VGCt. “Angst voor injectienaalden kan in één sessie met cognitieve gedragstherapie overwonnen worden.”

Hij reageert daarmee op een oproep van Maarten de Groot, voorzitter van de Stichting Juvenile Diabetes Research Foundation (JDRF Nederland) om nieuwe behandelmethoden zonder injectienaalden te onderzoeken voor deze circa 160.000 diabetespatiënten. Dit is volgens Keijsers niet nodig als het om angst voor injectienaalden gaat: “We weten uit wetenschappelijk onderzoek dat een behandeling met cognitieve gedragstherapie voor deze angst een snelle en goede oplossing biedt”.

Veel mensen voelen zich gespannen bij het zien van naalden of bloed. Ruim twintig procent van de patiënten met diabetes type 1 is echter zo bang voor naalden, dat die angst hun noodzakelijke dagelijkse behandeling in de weg staat. Dan spreek je van een specifieke fobie: een hardnekkige en intense angst voor een bepaald dier, object of situatie. Dat kan gaan om allerlei angsten zoals hoogtevrees, claustrofobie, angst voor spinnen, maar dus ook om angst voor naalden of bloed.

Protocol
Keijsers is één van de auteurs van een behandelprotocol voor patiënten met een specifieke fobie. Naalden-, bloed-, en letselfobie vormen binnen de specifieke fobie een aparte groep. In dit behandelprotocol wordt aandacht gegeven aan zowel de lichamelijke als de psychologische aspecten van de fobie. Patiënten met naaldenfobie vallen eerder flauw dan andere mensen. Daarom leren zij al in de eerste fase van de behandeling een techniek, het kort een aantal keer aanspannen van spieren in het lichaam, die zorgt voor een tijdelijke bloeddrukverhoging. Door deze bloeddrukverhoging verdwijnt het weeë gevoel en herstel je zonder flauw te vallen. Deze techniek is vele jaren geleden ontwikkeld door de Zweedse psycholoog Lars-Göran Öst. Naast deze techniek krijgen patiënten uitleg over hun fobie, en leren vervolgens om stapje voor stapje situaties op te zoeken die ze vermijden. Dit heet (graduele) exposure in vivo en vormt de kern van de behandeling. Ook leren patiënten op een andere manier over hun angst te denken.

Keijsers: “Deze combinatie van methoden zorgt ervoor dat we mensen in één sessie van drie uur van hun angst kunnen afhelpen. Natuurlijk moeten ze thuis verder oefenen, maar Öst toonde al aan dat 95% van de mensen die deze behandeling krijgt er baat bij heeft. En slechts 4% valt terug. Hier kan bijna niks boven!”

Diabetes volgens RIVM
Het RIVM presenteerde circa een maand geleden de nieuwe diabetescijfers. Hieruit bleek dat het aantal patiënten met diabetes nog altijd stijgt. Op 1 januari 2011 waren 801.000 gevallen bij de huisartsen bekend. Het RIVM schat dat nog ongeveer 87.000 mensen de ziekte hebben zonder dit te weten.