Advies over wetsvoorstel zorgspecifieke fusietoets

0
606

Op 21 maart 2012 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een advies uitgebracht over een wetsvoorstel dat beoogt tijdig de risico’s te signaleren voor de continuïteit van zorg en de procedures aan te scherpen met het oog op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg. De regering heeft het wetsvoorstel op 9 mei 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel
Het wetsvoorstel bevat een bevoegdheid voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om regels te stellen waarmee moet worden verzekerd dat in overeenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars afspraken worden gemaakt over het tijdig signaleren van risico’s voor de continuïteit van zorg. Ook wordt voorzien in een bevoegdheid voor de NZa om concentraties waarbij zorgaanbieders betrokken zijn, goed te keuren. Goedkeuring kan worden onthouden indien cliënten en personeel van de zorgaanbieder niet op een zorgvuldige wijze bij de voorbereiding van de concentratie zijn betrokken of indien de kwaliteit van de geleverde zorg of de bereikbaarheid van bepaalde zorgvormen in gevaar komt. Tot slot introduceert het wetsvoorstel een bevoegdheid voor de minister van VWS om een zorgaanbieder in het belang van de kwaliteit van zorg een aanwijzing te geven om zijn organisatiestructuur te wijzigen.

Advies Raad van State
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft kritische opmerkingen gemaakt over alle genoemde onderdelen van het wetsvoorstel. Op basis daarvan is zij tot de conclusie gekomen dat niet positief over het wetsvoorstel kan worden geadviseerd.

Informatieverschaffing
De verplichting voor zorgverzekeraars om in hun contracten met zorgaanbieders op te nemen dat hen regelmatig financiële gegevens worden verschaft, zodat problemen met de continuïteit van bepaalde vormen van zorg vroegtijdig worden gesignaleerd, past volgens de Afdeling advisering niet bij de uitgangspunten van de Zorgverzekeringswet. Als een zorgaanbieder problemen heeft om de desbetreffende zorg nog te leveren, maar de zorgverzekeraar nog in staat is om de zorg aan zijn verzekerden te garanderen, is de informatieverschaffing een zaak tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. Pas wanneer de zorgverzekeraar zijn zorgplicht niet kan nakomen en een beroep doet op overmacht, moet de overheid haar verantwoordelijkheid kunnen waarmaken. Er hoeft echter niet te worden geregeld dat een zorgverzekeraar zich in dat geval moet melden. Verwacht mag worden dat zorgverzekeraars zich in een situatie van overmacht uit eigen beweging melden om hun verantwoordelijkheid te beperken.

Beoordeling van concentraties
De voorgestelde voorafgaande beoordeling van concentraties waar zorgaanbieders bij betrokken zijn, heeft weinig toegevoegde waarde, aldus de Afdeling advisering. Een voorafgaande beoordeling van het ‘gevaar voor de goede zorgverlening’ is bij het ontbreken van zinvolle criteria moeilijk uit te voeren. De twee andere gronden, de zorgvuldige betrokkenheid van cliënten en personeel en het mogelijke gevaar voor de continuïteit voor bepaalde soorten zorg, vormen onvoldoende reden voor een voorafgaande beoordeling van de concentratie door de NZa. Hoewel de Afdeling advisering onderkent dat zich bij concentraties in de zorg risico’s voor publieke belangen kunnen voordoen, is zij van oordeel dat de bescherming daarvan niet op deze wijze moet plaatsvinden.

Bevoegdheid aanwijzing te geven
De voorgestelde bevoegdheid om een zorgaanbieder in het belang van de kwaliteit van zorg een aanwijzing te geven om zijn organisatiestructuur te wijzigen kan inhouden dat een zorgaanbieder wordt gesplitst door afstoting van bedrijfsactiviteiten of verkoop van aandelen. Daarmee is deze bevoegdheid mogelijk zeer ingrijpend. In het wetsvoorstel is de inhoud van deze bevoegdheid echter niet helder omschreven en is de verhouding tot andere bevoegdheden niet duidelijk. De Afdeling advisering meent dat de bevoegdheid meer nauwkeurig moet worden afgebakend. Zij vraagt zich daarnaast af of de bevoegdheid wel noodzakelijk en evenredig is. Er zijn altijd wel minder zware maatregelen denkbaar dan een verplichting tot splitsing van de zorgaanbieder. De uitoefening van de bevoegdheid kan daarom in strijd komen met het recht op eigendom en het vrije verkeer van kapitaal en vestiging.