Aantal mbo-opleidingen afgeslankt

Er komt op landelijk niveau sturing op het aanbod van mbo-opleidingen: kleine specialistische opleidingen worden beschermd en het aanbod van populaire opleidingen waar weinig werk in is, wordt beperkt via een licentiesysteem.

Het kabinet neemt deze en andere maatregelen om een arbeidsmarktrelevant, doelmatig en toegankelijk aanbod van mbo-opleidingen te versterken. Dit heeft minister Van Bijsterveldt de Tweede Kamer maandag 2 april 2012 in een brief gemeld.

Slim sturen
Van Bijsterveldt: ‘Overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven gaan samen slim en stevig sturen in het opleidingsaanbod van mbo’s. Zo zorgen we dat ook in de toekomst afgestudeerde vakmensen ook werkelijk aan de slag kunnen én dat ons bedrijfsleven zoveel als mogelijk kan rekenen op de beschikbaarheid van voldoende en goed opgeleide arbeidskrachten. Door concentratie en intensivering van opleidingen kunnen we de kwaliteit van opleidingen op peil houden en zelfs verbeteren, ook als leerlingenaantallen door demografische ontwikkelingen teruglopen.’

Arbeidsmarktkansen opleidingen
Sinds 1996 mochten mbo-instellingen, binnen wettelijke kaders, zelf bepalen welke opleidingen zij aanbieden. De gedachten was dat mbo’s zelf de behoefte in hun eigen regio het beste kennen. Dit systeem blijkt in de praktijk voor- en nadelen te hebben. Op zich nam het aanbod van opleidingen en het aantal studenten de laatste jaren toe. Echter, momenteel stabiliseert het aantal studenten en in sommige regio’s neemt het zelfs af. Minder studenten per opleiding per instelling leidt tot minder financiële ruimte voor investeringen in de kwaliteit van de opleiding. Een ander nadeel is dat door concurrentie tussen mbo’s bepaalde populaire opleidingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief te veel worden aangeboden, waardoor afgestudeerden maar moeizaam een baan vinden die bij hun studie aansluit.

Licentiesysteem
Daarom stelt het kabinet in de brief aan de Kamer aanvullende maatregelen voor. Deze maatregelen laten gezonde onderlinge concurrentie tussen onderwijsinstellingen in takt, maar gaan tegelijk ongezonde versnippering van het opleidingsaanbod tegen. Mbo’s gaan allereerst op regionaal niveau samen het gesprek aan over een optimaal opleidingsaanbod. Zij maken onderling afspraken over een doelmatig opleidingenaanbod in de regio. Daarbij kunnen zij opleidingen met elkaar uitwisselen, of concentreren als zij niet doelmatig zijn. Via een escalatiemodel en een licentiesysteem krijgt de overheid in ultimo grip op het opleidingsaanbod en kan ingrijpen als de instellingen er in hun regio niet uitkomen. Instellingen krijgen opleidingen alleen bekostigd na toestemming van de minister van OCW.

Databank
Om het beroepsonderwijs goed op de arbeidsmarkt aan te laten sluiten zijn betrouwbare feiten en cijfers over arbeidsmarktontwikkelingen en studiekeuze essentieel. Met goede betrouwbare feiten en cijfers kunnen jongeren die voor studiekeuze staan beter worden voorgelicht over de arbeidsmarktkansen van verschillende opleidingen. Regionaal kan het aanbod van opleidingen en de behoeften van het bedrijfsleven beter op elkaar worden afgestemd. De Dienst Uitvoering Onderwijs gaat een landelijke databank opzetten waarin alle beschikbare informatie wordt samengebracht en waar vervolgens onder meer scholen, branches en UVW uit kunnen putten.

Studiebijsluiter
Voor jongeren die een mbo-opleiding willen kiezen komt op basis van de gegevens in de databank een studiebijsluiter beschikbaar zodat zij beter het toekomstperspectief van een studie kunnen inschatten. Denk hierbij aan informatie over de latere kans op een baan, het niveau van de opleiding, hoe lang het zoeken naar een baan kan duren en het gemiddelde startsalaris.

Hulp van MBO ‘15
Van Bijsterveldt heeft vorig jaar een serie ambitieuze maatregelen aangekondigd die de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het mbo verder verbeteren. Deze voornemens zijn samengebracht in het actieplan Focus op Vakmanschap. De landelijke sturing op het aanbod van mbo-opleidingen is er daar een van. Om mbo-instellingen te helpen om deze maatregelen tijdig en goed in te vullen is het programma MBO ‘15 opgesteld. Het programmamanagement van MBO’15 ondersteunt individuele instellingen bijvoorbeeld bij het tot stand brengen van een geactualiseerde opleidingsportfolio die aansluit bij de regionale behoefte.

Herziening kwalificatiestructuur
Op de achtergrond van deze maatregelen speelt de herziening van de kwalificatiestructuur in het mbo een grote rol. Samen met het bedrijfsleven werkt de mbo-sector de komende jaren aan een volledig geactualiseerde en ingedikte limitatieve lijst van kwalificaties waar het mbo voor opleidt. Het beperken van het aantal kwalificaties draagt bij een doelmatige organisatie van het onderwijs dat goed aansluit bij de arbeidsmarkt.