Voortbestaan linkshandigheid niet te verklaren met de gevechtstheorie

0
243

Sara Schaafsma onderzocht bij de Papoea’s waarom linkshandigheid na jaren evolutie nog steeds voorkomt bij mensen, ondanks dat de eigenschap gerelateerd is aan bepaalde gezondheidsproblemen. Ze concludeert dat de gangbare hypothese dat linkshandigheid blijft bestaan omdat deze voordeel oplevert bij een gevecht, onjuist is. Een goede gezondheidszorg lijkt een aannemelijker reden. Schaafsma promoveert op 6 januari 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Linkshandige mensen komen voor in alle samenlevingen, maar ze zijn altijd in de minderheid. Bovendien is er een verband aangetoond tussen linkshandigheid en bepaalde ziekten. Sara Schaafsma vroeg zich daarom af waarom linkshandigheid na jaren evolutie nog steeds bij mensen voorkomt. De gevechtshypothese geeft hiervoor een mogelijke verklaring.

Gevechtshypothese
Volgens de gevechtshypothese bestaat linkshandigheid nog altijd omdat linkshandigen evolutionair voordeel hebben in samenlevingen waar vechten nog belangrijk is voor status en overleving. Doordat er meer rechtshandige dan linkshandige mensen zijn, weet de rechtshandige door gebrek aan ervaring niet goed hoe te vechten tegen een linkshandige. Zijn linkshandige opponent heeft dus de grootste kans om het gevecht te winnen.

Het winnen vermindert de kans om te overlijden als gevolg van het gevecht en levert status op, hetgeen al met al de kans op het krijgen van kinderen vergroot. Doordat rechts- en linkshandigheid gedeeltelijk genetisch is bepaald, blijft, volgens de gevechtshypothese, linkshandigheid in deze samenlevingen bestaan, ondanks het nadeel van de associatie met bepaalde ziekten.

Papoea’s
Schaafsma onderzocht de gevechtshypothese in de niet-geïndustrialiseerde Eipo-gemeenschap, in de Indonesische provincie Papoea. Bij de Papoea’s zijn nog geen goede voorbehoedsmiddelen en weinig moderne geneesmiddelen beschikbaar. Daardoor vormt deze samenleving een van de weinige waarbij dit soort onderzoek nog mogelijk is.

Man-tot man
Schaafsma: ‘Tot voor kort kwamen in de Eipo-gemeenschap veel man-tot-man gevechten voor door stammenoorlogen en onderlinge gevechten. Op basis van de gevechtstheorie verwachtten we dat er meer linkshandigen in deze gemeenschap zijn dan in een geïndustrialiseerde. Maar er waren er relatief juist mínder.’ Volgens Schaafsma maakt het lagere percentage linkshandigen dan gemiddeld de gevechtstheorie als evolutionaire verklaring voor het voorkomen van linkshandigheid erg onwaarschijnlijk.

Gezondheidszorg
Volgens de promovendus lijkt een goede gezondheidszorg een waarschijnlijker reden voor het voortbestaan van linkshandigheid bij mensen. Bij de Papoea’s was tot voor kort geen moderne gezondheidszorg beschikbaar én minder linkshandigheid dan gemiddeld. Schaafsma vroeg zich af – mede door de relatie van linkshandigheid met gezondheidsproblemen – of een gebrek aan goede gezondheidszorg samen kon hangen met het lage aandeel linkshandigen in een samenleving.

Moorden
Ze vergeleek daarom van twaalf Westerse landen het percentage linkshandigen met de publieke uitgaven aan gezondheidszorg. Omdat de gevechtshypothese ooit mede werd onderbouwd door aan te tonen dat er veel moorden plaatsvinden in een land met veel linkshandigen, nam ze ook het aantal moorden/doodslagen in elk land mee.

Ondersteuning hypothese
Schaafsma vond inderdaad een positieve relatie tussen het aantal linkshandigen in een land en de uitgaven aan de gezondheidszorg, maar geen relatie tussen het aantal linkshandigen en het aantal opzettelijk gedode mensen.

Schaafsma: ’Dit resultaat ondersteunt – ten koste van de gevechtshypothese – de hypothese dat een laag niveau van gezondheidszorg kan leiden tot weinig linkshandigen in een samenleving, zoals in de Eipo-gemeenschap. Het is echter nog onduidelijk welke rol gezondheidszorg precies speelt hierbij.’

Curriculum Vitae
Sara Schaafsma (Amsterdam, 1980) studeerde biologie aan de UvA. Sinds oktober 2006 deed ze promotieonderzoek bij het Centre for Behaviour and Neurosciences aan de RUG. Ze promoveert op 6 januari 2012 op haar proefschrift Hows and whys of left and right – Ontogeny of lateralization and its functional relevance. Haar promotor is prof. dr. A.A.G. (Ton) Groothuis. Vanaf 1 februari 2012 werkt Schaafsma als postdoc op de afdeling Neuroscience & Behaviour van de Rockefeller University in New York.