De organisatiekracht van het merendeel van de 24.000 Nederlandse sportverenigingen is in orde en een aanzienlijk deel ervan is bereid op een breder front maatschappelijk actief te worden of is dat al. Bijna een op de drie clubs is aan te merken als ‘open club’, die meer dan alleen haar leden bedient en een open houding naar de veranderende samenleving heeft.

Sportverenigingen ontwikkelen zich daardoor voor de Nederlandse gemeenten tot belangrijke partners in het sociale domein.

Dit zijn enkele belangrijke conclusies uit het boek ‘Vitale clubs voor sport en samenleving – Kennisbron voor de stimulering van vitale en open sportverenigingen’, dat op de Dag van het Sportonderzoek in Zwolle wordt gepresenteerd. Hoofdauteur dr. Jo Lucassen, senior onderzoeker van het Mulier Instituut, overhandigde het eerste exemplaar aan Erik Lenselink (manager sportontwikkeling NOC*NSF), Suzan Zwiers (verenigingsadviseur gemeente Breda) en Niels Hermens (sportonderzoeker Verwey-Jonker Instituut).

Sportaanbod
Sportverenigingen vormen de stabiele kern van het sportaanbod in Nederland. Zij maken deel uit van een veranderende maatschappij waarin van hen wordt verwacht dat ze openstaan voor vernieuwing en inspelen op nieuwe behoeften.

Maatschappelijke taken
Naast het aanbieden van sport als hoofdactiviteit, worden de sportverenigingen geconfronteerd met de wens om andere maatschappelijke taken op zich te nemen, nieuwe doelgroepen te bedienen en hun primaire proces daarop in te richten. Maar zijn verenigingen wel vitaal genoeg en toegerust om die taken te vervullen?

Vitaliteit
De verschillende analyses in het boek leveren gemeenten, bonden en sportverenigingen aanknopingspunten op voor beleid en ondersteuning gericht op vitaliteit, zoals:

· Om zich als vitale en open vereniging te ontwikkelen, blijkt een breed gedragen visie nodig, moeten extra capaciteiten in de vereniging worden gemobiliseerd en moeten betrokkenen van elkaar willen leren.

· Gemeenten en provinciale overheden zien verenigingen steeds vaker als partner in beleid en zijn op zoek naar verenigingen die een actieve rol kunnen en willen spelen, bijvoorbeeld in lokaal beleid voor het sociale domein.

· Het is van belang rekening te houden met het beeld van de maatschappelijke positie van verenigingen dat bij clubs zelf leeft. Bij veel verenigingen heerst de overtuiging dat zij als sportaanbieder al een uitgesproken maatschappelijke rol vervullen voor een deel van de lokale bevolking.

· Beoogde vernieuwingen worden nogal eens top-down aangeboden, zoals in gemeentelijk beleid of actieplannen vanuit de bond, zonder voorafgaande inbreng van betrokkenen. Een dergelijke aanpak gaat voorbij aan de stroefheid van het beleidsproces in ledenorganisaties.

· Het blijkt dat niet alleen grote verenigingen met een sterke organisatie extra maatschappelijke inzet kunnen realiseren. Bij sommige kleine clubs gebeurt dit ook, maar staat of valt dit nog meer met de persoonlijke betrokkenheid van leiden of vrijwilligers.

· Voor het organiseren van extra activiteiten in de sportvereniging, blijkt in de praktijk vaak het inschakelen van professionals nodig.

Bestuurders
Bij het op gang brengen van een bredere maatschappelijke rol speelt persoonlijke engagement van clubbestuurders vaak een cruciale rol. Het bestuur kan duidelijk maken dat het openstaat voor verbeteren en een sfeer scheppen waarin kritisch wordt gekeken naar de vitaliteit en kwaliteit van de club.

De verscheidenheid aan leden vormt een kracht, een potentieel dat vaak nog niet goed wordt benut. Verenigingen die weten aan te sluiten bij verschillende motivaties, competenties en mogelijkheden van leden, blijken zich sterker te ontwikkelen dan verenigingen die alleen steunen op de betrokkenheid van een kleine kern.

Vitale clubs voor Sport en samenleving is een initiatief van het Mulier Instituut in samenwerking met Sport en Kennis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER