Rechter stelt apothekersvereniging KNMP grotendeels in het gelijk

0
327

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft uitspraak gedaan in een zaak die door de KNMP tegen de NZa was aangespannen over het apotheektarief 2009. Het college heeft de KNMP hierbij grotendeels in het gelijk gesteld.

De NZa stelde bij de berekening van de vergoeding dat de apotheker naast het norminkomen ook nog eens een positieve onzekerheidsmarge van €112.000,- zou hebben. De rechter erkent op inbreng van de KNMP dat apotheken geen enkele marge meer hebben bovenop het norminkomen, maar verhoogt desondanks niet de receptregelvergoeding. Dat is voor de KNMP onbegrijpelijk. De rechtbank geeft wel duidelijke aanknopingspunten voor de KNMP om aan de bel te trekken bij de NZa en verzekeraars.

Apothekers hebben geen financiële ruimte meer
De uitspraak van het college bevestigt het beeld dat apothekers in financieel zwaar weer verkeren en geen vet meer op de botten hebben. De door de NZa veronderstelde positieve onzekerheidsmarge was er volgens het college in 2009 niet. In 2010 zijn de marges van de apothekers verder onder druk komen te staan.

Tarief moet kostendekkend zijn
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak van de rechter is dat de tarieven die door de NZa worden vastgesteld, kostendekkend moeten zijn. Bij het vaststellen van de receptregelvergoeding gaat de NZa uit de van een fictieve apotheek. De KNMP vindt dit onterecht omdat de NZa geen rekening houdt met grote regionale verschillen in allerlei kosten, bijvoorbeeld voor huisvesting, en inkoopvoordelen (afhankelijk van het door de regionale verzekeraar gevoerde inkoopbeleid). Diverse apothekers kunnen door deze omstandigheden niet eens het norminkomen halen.

Verliesgevend
Het standpunt van het college leidt er toe dat apothekers hulpmiddelen met verlies moeten afleveren. Het betreft dan vooral zaken als diabetesmateriaal en incontinentie-artikelen. Zaken die vooral gebruikt worden door de kwetsbare chronische patiënt. De KNMP gaat haar leden aanbevelen om het apotheekassortiment door te lopen op kostendekkendheid.

Daarnaast constateert de KNMP dat er binnen de huidige regelgeving steeds meer receptgeneesmiddelen zijn die met verlies worden afgeleverd. Dat is voor de KNMP onacceptabel. Momenteel wordt hier dan ook onderzoek naar verricht.

Rechter laat het aan KNMP om in gesprek te gaan met partijen
De KNMP zal met de uitspraak van het college in de hand in gesprek gaan met de NZa en zorgverzekeraars. De inzet van de KNMP hierbij is dat alle apothekers inderdaad het kostendekkende tarief krijgen waar ze volgens het college recht op hebben. Dit geldt voor de vergoeding van de farmaceutische zorg door de apotheek, de levering van medische hulpmiddelen en de hogere kosten/lagere inkoopvoordelen waarmee apotheekhoudenden in bepaalde regio’s geconfronteerd worden.

Zorgen over toekomst vrije beroepen in zorg
De rechter stelt met de uitspraak vast dat het tarief binnen de eerstelijnszorg (apothekers, huisartsen, etc.) kostendekkend moet zijn. Het college verbindt hier niet direct de consequentie aan dat het maximumtarief op een hoger niveau wordt vastgesteld.

De KNMP maakt zich daarom grote zorgen over de consequentie van dit standpunt in relatie tot de gezondheidszorg en het ondernemersklimaat voor apothekers in het bijzonder en de zorgverleners in het algemeen. De KNMP is dan ook zeer bezorgd over de toekomst van het vrije beroep en de (innovatie binnen de) zorg als een apotheker op basis van een beperkt salaris de risico’s moet dragen van een onderneming waar gemiddeld twaalf personen werken en waarin jaarlijks €3 miljoen omgaat. De KNMP zal dit – onder meer samen met ander zorgkoepels – op alle politieke niveaus aankaarten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER