Piekerstoornis blijkt goed behandelbaar

1
1920

Gegeneraliseerde angststoornis (GAS), ook wel piekerstoornis genoemd, is één van de meest voorkomende psychische stoornis die wordt gekenmerkt door aanhoudende buitensporige angst en onbeheersbaar piekeren over verschillende gebeurtenissen of activiteiten.

Zo’n 5 procent van de mensen krijgt er ooit mee te maken. De diagnose wordt in de praktijk regelmatig over het hoofd gezien, omdat mensen bij de huisarts eerder hun slapeloosheid, stress en uitputting die het gevolg zijn van hun gepieker aankaarten dan hun gepieker zelf. De prognose zonder adequate behandeling is slecht. GAS is een sterke voorspeller van later optredende stoornissen als depressie en beïnvloedt het beloop van chronische lichamelijke klachten in negatieve zin.

Effectieve behandeling van GAS is dan ook van groot belang, maar verschillende vormen van psychotherapie sorteren slechts een matig effect. Van der Heiden promoveert op 1 april op een onderzoek waarin de effectiviteit van twee nieuwe behandelmethoden voor een gegeneraliseerde angststoornis met elkaar is vergeleken.

Onderzoek
In de afgelopen 15 jaar zijn er verschillende specifieke theoretische modellen ontwikkeld voor de GAS, waarin niet de inhoud van het piekeren centraal staat, maar de onderliggende mechanismen. In voorlopige onderzoeken bleken twee behandelingen die gebaseerd zijn op zulke specifieke modellen effectiever dan bestaande behandelingen. Van der Heiden heeft onderzoek gedaan naar deze metacognitieve therapie (MCT) en Intolerance-of-uncertainty therapie (IUT).

In dit onderzoek werd nagegaan of deze twee behandelmethoden het piekeren en de angst doen afnemen en of er een verschil in effectiviteit bestaat tussen deze twee methoden. Aan dit onderzoek namen ruim 120 Nederlandse mensen met deze zogenaamde ‘piekerstoornis’ deel.

Metacognitieve therapie
Bij metacognitieve therapie (MCT), een in Groot Brittannië ontwikkelde behandelmethode, wordt niet gekeken naar de zorgen zelf, maar naar de manier waarop mensen over het piekeren denken. Mensen met GAS hebben zowel positieve als negatieve gedachten over het piekeren en juist zulke opvattingen houden de angststoornis in stand.

Zo blijken deze mensen vaak het idee te hebben dat piekeren hen helpt om onheil te voorkomen en controle over hun leven te houden, met als gevolg dat piekeren steeds vaker gebruikt gaat worden als een manier om met problemen om te gaan. Piekeren kan dan een soort ‘overlevingsstrategie’ worden, die uit de hand loopt. Daardoor gaan mensen het piekeren ook als iets negatiefs zien, waardoor ze angstig worden van het vele gepieker zelf. Zo kan iemand met GAS piekeren zien als ‘iets waar ik straks nog gek van wordt’ en ‘iets dat ik niet kan stoppen’.

In de behandeling doen mensen eerst oefeningen om na te gaan of piekeren inderdaad zo gevaarlijk is als ze denken, en vervolgens om na te gaan of piekeren zo nuttig of helpend is als ze aannemen. Door deze oefeningen ervaren ze dat piekeren wel vervelend, maar niet gevaarlijk is. Bovendien leren ze dat piekeren helemaal niet nuttig is, maar juist leidt tot spanning en angst. In de laatste fase van de behandeling leren ze daarom nieuwe manieren om met moeilijke situaties om te gaan dan erover te gaan piekeren.

Intolerance-of-uncertainty therapie
De tweede methode die onderzocht werd is een in Canada ontwikkelde vorm van cognitieve gedragstherapie (Intolerance-of-uncertainty therapie; IUT), die ervan uitgaat dat patiënten met GAS het niet kunnen verdragen dat er een kans is dat er iets negatiefs zal gebeuren, hoe klein ze die kans ook zelf achten. Omdat het leven vol met onzekere gebeurtenissen zit, zijn er veel situaties die mogelijk negatief kunnen aflopen.

Patiënten met GAS reageren hierop met gepieker, in een poging een oplossing te vinden of onheil af te wenden. De behandeling is er op gericht patiënten te leren zulke onzekere of onduidelijke situaties, die inherent aan het leven zijn, beter te leren verdragen.

Dit gebeurt door het aanleren van een praktische strategie om actuele problemen op te lossen. Voor de zorgen over zaken die in de verre toekomst liggen, en die niet direct oplosbaar zijn, oefenen mensen met het leren verdragen van beelden van het allerergste dat zou kunnen gebeuren als de zorgen uitkwamen. Zodra ze die beelden kunnen verdragen blijkt het makkelijker om een alternatieve, geloofwaardige afloop te bedenken, die de angst doet afnemen.

Resultaten
Uit deze studie blijkt dat zowel MCT als IUT effectieve behandelingen zijn, die tot significante afname van klachten als angst en piekeren leiden. De effecten zijn groot en blijven behouden bij follow-up na een half jaar. Ook voldoet het merendeel van de behandelde patiënten niet langer aan de diagnostische criteria voor GAS en kan de meerderheid als ‘hersteld’ aangemerkt worden. Dit laatste geldt vooral voor MCT, waarvoor geldt dat driekwart van de patiënten hersteld is en nog eens 21% verbeterd.

Colin van der Heiden is psychotherapeut en werkt als hoofd wetenschappelijk onderzoeker & zorginnovatie bij PsyQ, onderdeel van de Parnassia Bavo Groep, en promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER