Patiënt vraagt meer aandacht voor invloed longaandoening op dagelijks leven

0
603

Mensen met astma en COPD zijn tevreden over de verleende medische zorg en de bejegening door zorgverleners. Wel ervaren ze te weinig aandacht voor de invloed die astma of COPD hebben op het dagelijks leven. Terwijl patiënten juist daar behoefte hebben aan ondersteuning.

Zo ervaren mensen met astma of COPD door de luchtwegklachten relatief veel problemen met betrekking tot werk en seksualiteit. Verder rapporteren mensen met longaandoeningen, meer dan gezonde mensen, problemen bij dagelijkse bezigheden, sociale contacten en deelname aan de samenleving. Mensen met COPD kampen daarnaast ook vaker met financiële problemen.

Monitor
Dat blijkt uit de ‘Monitor zorg- en leefsituatie van mensen met astma of COPD – Trends en ontwikkelingen over de periode 2001-2012’, dat is uitgevoerd door het NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) met subsidie van het Longfonds.

In Nederland leven een half miljoen mensen met astma en circa 320.000 mensen met COPD. Astma en COPD zijn chronische longaandoeningen die niet te genezen zijn. De behandeling van astma is vooral gericht op de controle van astmasymptomen met behulp van geneesmiddelen.

Bij mensen met COPD bestaat de behandeling, naast medicijnen in toenemende mate uit leefstijlinterventies, zoals begeleiding bij het stoppen met roken, meer beweging en voedingsadviezen. Hoewel dit belangrijk is, lijkt het niet voldoende.

Veel mensen met astma of COPD ervaren bijvoorbeeld problemen met hun werk. Ze hebben vaak last van vermoeidheid, doen minder per dag dan ze zouden willen, of hebben problemen om al hun taken uit te voeren. Juist voor deze dagelijkse gevolgen bij het werk hebben ze behoefte aan meer ondersteuning.

Maar ook bij deelname aan sociale activiteiten, sporten en de lange termijn gevolgen van hun ziek zijn hebben ze behoefte aan gerichte ondersteuning.

Integrale aanpak
NIVEL-onderzoeker Monique Heijmans: “Deze zorgvraag, die veel breder is dan alleen luchtwegklachten, vraagt om een brede aanpak. Een integrale benadering waarbij de patiënt met zijn of haar mogelijkheden en problemen centraal staat en waarbij naast de huisarts en specialist ook andere partijen betrokken zijn zoals bijvoorbeeld het eigen netwerk van de patiënt, de thuiszorg, de fysiotherapeut en de wijkverpleegkundige zou daarbij zeker kunnen helpen. Die integrale aanpak kan gestimuleerd worden door gebruik te maken van de bestaande zorgstandaarden. Daarin is onder andere beschreven wat goede zorg is voor astma of COPD en wordt benadrukt dat zorg moet aansluiten bij de zorgvraag van de patiënt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER