Op zoek naar mijn vader, de anonieme zaaddonor

0
899

‘Hoe goed de relatie met hun ouders ook is, ze willen allemaal graag meer weten over hun donor en over halfbroers en -zussen.’ Onlangs publiceerde Linda Sprado haar boek ‘Op zoek naar mijn vader‘. In dit boek laat de auteur, zelf een KID-kind, jongeren aan het woord over de zoektocht naar hun donor. De geïnterviewden beschrijven hoe het voelt als de puzzel niet compleet is en hoe dat van invloed is op hun leven.

Linda Sprado: ‘Omdat er nog een taboe heerst op het onderwerp en er zo weinig over geschreven is, vond ik het belangrijk er een boek over te schrijven. Zodat KID-kinderen, maar ook andere betrokkenen, kunnen lezen dat er meer KID-kinderen zijn met dezelfde vragen en emoties. De KID-kinderen in dit boek wilden hun verhaal graag vertellen. Om het onderwerp bespreekbaar te maken en aandacht te vragen voor het fenomeen KID-kinderen. Maar ook om anonieme zaaddonoren en KID-kinderen aan te moedigen zich te laten registreren in het KID-register/DNA-databank van de Fiom, zodat er matches gemaakt kunnen worden.

Fiom-KID-register en DNA-databank
Anonieme zaaddonoren en de kinderen die dankzij hen zijn verwekt, hebben nu namelijk de mogelijkheid om met elkaar in contact te komen door zich in te schrijven in het Fiom-KID-register en hun DNA-gegevens op te laten nemen in de Fiom-DNA-databank (in samenwerking met het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen). Hoe meer donoren en KID-kinderen zich inschrijven en hun DNA-profiel laten opslaan, des te groter wordt de kans op een match tussen donor en KID-kind en KID-kinderen onderling. Het Fiom-KID-register met de daaraan gekoppelde DNA-databank is uniek in Nederland. Inmiddels zijn er al verschillende matches tussen donoren en KID-kinderen.

Antwoord op identiteitsvragen
Diny Postema, beleidsmedewerker bij de Fiom: Weten van wie je afstamt, is van essentieel belang. Het geeft antwoord op identiteitsvragen als ‘Op wie lijk ik? Waar komen mijn karaktereigenschappen vandaan?’ Voor ‘KID-kinderen kunnen hierbij ook andere vragen spelen: ‘Zijn er nog meer kinderen van dezelfde donor en wat was het motief van de donor om sperma af te staan? Deze vragen zie je ook terug in de verhalen in het boek. Donoren kunnen zich afvragen of hun donaties anderen daadwerkelijk hebben geholpen en hoe het gaat met de kinderen die daar uit zijn voortgekomen. Het boek ‘Op zoek naar mijn vader’ biedt herkenning voor betrokkenen en ter informatie handig voor wie wil zoeken naar zijn/haar donor of KID-kinderen.’

‘Tot 1 juni 2004 gebeurde zaaddonatie veelal anoniem’, vervolgt Postema. ‘Voor KID-kinderen die voor 1 juni 2004 verwekt zijn (ongeveer 35.000) en over zaaddonoren die voor die tijd hebben gedoneerd, is zodoende weinig tot geen informatie beschikbaar. Veel van deze KID-kinderen weten dus niet van wie zij afstammen. Nu met de Fiom-DNA-databank zijn hun kansen op meer informatie over hun donor aanmerkelijk groter.’

Het boek ‘Op zoek naar mijn vader’, is te bestellen via de uitgever: www.elikser.nl en de auteur zelf: www.lindasprado.nl.