‘Meer H in strategisch HRM’

0
802

Binnen het vakgebied van strategisch Human Resource Management (HRM) schiet de aandacht voor de individuele werknemer tekort. Door een brug te slaan met de arbeidspsychologie, kan een betere relatie gelegd worden met het individuele gedrag van de werknemer en hierdoor met de doelen van de organisatie.

Dat betoogt hoogleraar Marc van Veldhoven op vrijdag 20 april 2012 bij de aanvaarding van de leerstoel Werk, Gezondheid en Welbevinden aan Tilburg University.

Strategisch HRM heeft betrekking op alle activiteiten van het management van een organisatie die erop zijn gericht de organisatiedoelen te behalen met behulp van werknemers. Maar daarbij wordt vaak meer gekeken naar de inspanning van alle werknemers gezamenlijk als een soort ‘arbeidspotentieel’, dan naar de inspanning van individuele werknemers. En dat terwijl werk uiteindelijk neerkomt op het bloed, zweet en tranen van individuen, en hun onderlinge afstemming . In strategisch HRM ontbreekt het hierdoor aan inzicht in het fundament van de beoogde organisatieprestaties: het werkgedrag. Zonder dit fundament ‘gaat strategisch HRM niet over mensen, maar over mensen heen’, aldus Van Veldhoven.

Binnen de arbeidspsychologie is juist veel kennis opgebouwd over hoe bepaalde werkkenmerken leiden tot gezondheid, welbevinden en werkgedrag van individuele werknemers, maar die kennis wordt niet altijd toegepast. Zaken als overnames en fusies krijgen nogal eens meer prioriteit, of het leveren van nieuwe producten of diensten, het invoeren van nieuwe technologieën, enzovoort. Terwijl het succes hiervan uiteindelijk toch ook vaak weer afhangt van individueel werkgedrag. Dat er weinig wordt gedaan met de kennis uit hun vakgebied komt deels doordat arbeidspsychologen op hun beurt onvoldoende aansluiten bij het strategische niveau van de organisatie.

Van Veldhoven stelt voor om strategisch HRM en arbeidsgedrag met elkaar te verbinden in drie stappen: van strategisch HRM van de organisatie naar (de beleving van) individuele werkkenmerken, van individuele werkkenmerken naar de individuele keuze zich in te spannen voor de organisatiedoelen, en tenslotte van individuele inspanning naar organisatieprestaties. Voor ieder van die stappen zal nog veel onderzoek nodig zijn, waar Van Veldhoven en zijn collega’s al aan werken.

Prof. dr. Marc van Veldhoven (1963) studeerde klinische en gezondheidspsychologie in Tilburg (1987, cum laude) en werkte ook 4 jaar als student- en onderzoeksassistent bij deze vakgroep. Van 1988-1997 werkte hij als psycholoog/onderzoeker bij de BGD West-Brabant, later onderdeel van Arbo-Unie. In 1996 promoveerde hij als buitenpromovendus aan de Universiteit Groningen. Van 1997-2002 was hij onafhankelijk adviseur (Van Veldhoven Consultancy BV), wat hij combineerde met werkzaamheden als senior onderzoeker bij de KU Nijmegen (vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie) en bij de Stichting Kwaliteitsbevordering Bedrijfsgezondheidszorg (SKB/Amsterdam). Sinds 2002 werkt Marc bij het departement HR studies van Tilburg University.

LAAT EEN REACTIE ACHTER