Focus in de ontwikkelingssamenwerking nog niet zichtbaar

0
470

De uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking zijn teruggebracht van 0,8% van het bruto nationaal product tot 0,75% in 2011, zoals beoogd in het regeerakkoord van het inmiddels demissionaire kabinet-Rutte/Verhagen. Dit komt overeen met € 4,7 miljard in 2011.

Het aanbrengen van focus en samenhang in het beleid voor ontwikkelingssamenwerking op thema’s, landen en activiteiten is gedeeltelijk van de grond gekomen. Door vertraging in de uitvoering is in de uitgaven echter nog niet te zien dat ontwikkelingssamenwerking zich concentreert op de vier beleidsprioriteiten voedselzekerheid, veiligheid en rechtsorde, water en reproductieve gezondheid. Het aantal partnerlanden is, zoals aangekondigd, teruggebracht van 33 naar 15, maar ook hier geldt dat de uitgaven in de afgevallen partnerlanden procentueel nog nauwelijks zijn gedaald. Tegelijkertijd leiden nieuwe plannen zoals de regioprogramma’s en het bedrijfsleveninstrumentarium tot verbreding van de focus.

Dat staat in het rapport Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking; Cijfers 2011 van de Algemene Rekenkamer, gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Dit is de derde monitoringrapportage in een reeks. De Algemene Rekenkamer volgt sinds 2010 of het kabinet erin slaagt om de versnippering in het beleid voor ontwikkelingssamenwerking terug te dringen. Het rapport bevat een analyse van de realisatiecijfers van het beleid voor ontwikkelingssamenwerking in 2011 en gaat in op de hervormingen van de interne organisatie binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Minder partnerlanden, veelheid aan activiteiten
In november 2011 heeft het kabinet gekozen voor een specifieke regionale inzet, naast de focus op vijftien partnerlanden. Het gaat om twee regionale programma’s in Midden-Amerika en het grote Merengebied in Centraal-Afrika. De uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking waren in 2011 verdeeld over 2.876 lopende activiteiten tegenover 3.084 in 2010, een daling met 6,7 %.

Tegelijkertijd speelt dat de versnippering van het beleid over organisaties en activiteiten nog nauwelijks is afgenomen. Opvallend is dat de financiering van activiteiten in ontwikkelingslanden via internationale organisaties in 2011 is verspreid over 639 activiteiten, terwijl het in 2010 ging om 632 activiteiten. Bovendien speelt dat het kabinet de inzet van verschillende instrumenten voor het bedrijfsleven mogelijk heeft gemaakt in 45 andere landen dan de partnerlanden.

Overgangsfase
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken geeft in zijn reactie op het monitorrapport van de Algemene Rekenkamer onder meer aan dat het niet verwonderlijk is dat de prioriteitstelling binnen het beleid in 2011 nog niet tot een herkenbare concentratie in uitgaven heeft geleid. Het opbouwen kost tijd en het afbouwen van programma’s is niet binnen een jaar te realiseren. De Algemene Rekenkamer zal volgend jaar opnieuw over de voortgang rapporteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER