Bemoeizorg verbetert kwaliteit van leven

0
853

Al zo’n twee decennia bestaan in Nederland bemoeizorgprogramma’s voor mensen met complexe verslavings- en psychiatrische problematiek. De mensen waar bemoeizorg zich op richt, hebben geen contact met de reguliere hulpverlening zoals de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of het maatschappelijk werk ondanks een zorgwekkende leefsituatie.

In de bemoeizorgprogramma’s worden cliënten opgezocht door de hulpverlening nadat er een melding is gedaan door bijvoorbeeld familie, buren of woningbouw. Bemoeizorgers zoeken contact en verlenen vervolgens laagdrempelige, praktische hulp in de eigen leefomgeving van cliënten. Met als doel hen na een aantal maanden door te kunnen verwijzen naar reguliere voorzieningen.

Nederlands onderzoek heeft zich vooralsnog uitsluitend gericht op het Assertive Community Treatment (ACT), een vorm van bemoeizorg die is overgenomen uit de VS. Er is nog niet eerder onderzoek gedaan naar de effecten van de in Nederland ontwikkelde bemoeizorgprogramma’s. Dit is wel van belang omdat er veel teams zijn die op deze manier werken.

Om de effecten van deze bemoeizorgprogramma’s in kaart te brengen, zijn gedurende drie jaar in drie onafhankelijke bemoeizorgteams in verschillende regio’s cliënten gevolgd. De problematiek van deze cliënten bleek bij de start van een bemoeizorgtraject qua ernst vergelijkbaar te zijn met die van psychiatrische patiënten in dagbehandeling. Zo was er bij de helft van de cliënten sprake van problemen met alcohol, drugs of medicatie, had tweederde problemen met het maken en onderhouden van sociale relaties en had 54% belangrijke problemen met de woonomstandigheden. Bij een kwart van de cliënten was zelfs sprake van een dreigende uithuiszetting, dakloosheid of het volledig ontbreken van de basisvoorzieningen in de woonsituatie. Ook ervoeren de cliënten een relatief lage kwaliteit van leven.

Gedurende de aangeboden bemoeizorgprogramma’s bleek de kwaliteit van leven van de cliënten echter sterk te verbeteren. Dit is een effect dat in andere onderzoeken naar bemoeizorgprogramma’s in Nederland en Engeland niet eerder werd gezien. Ook nam de ernst van de problematiek op verschillende leefgebieden af. Beide effecten hielden aan tot in ieder geval zes maanden na de bemoeizorg. De ernst van de problematiek nam in die periode zelfs verder af. De relatie tussen cliënten en hulpverleners was vanaf de start vrij goed; cliënten stonden open voor de begeleiding.

Deze resultaten zijn bemoedigend en verhogen de evidence based status van de bemoeizorg. Kennisverspreiding door bijvoorbeeld het maken van een handboek voor bemoeizorg en een traject van aanmelding bij een databank voor interventies van het RIVM of Movisie zouden logische vervolgstappen zijn.

Meer informatie
www.tranzo.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER